Het korte antwoord
Artikel 2, punt a), bepaalt dat de verordening geldt voor de in de bijlagen I, II en III vermelde gefluoreerde broeikasgassen, zowel alleen als in mengsels. Deel 1 van bijlage II is de lijst van onverzadigde hydro(chloor)fluorkoolwaterstoffen, precies de familie die als HFO en HCFO wordt verhandeld.
- Van toepassing is vrijwel heel hoofdstuk II: emissiepreventie, lekcontroles, detectiesystemen, registers, terugwinning en certificering.
- Van toepassing zijn ook de marktregels: het kooprecht van artikel 11, lid 6, het verbod op niet-navulbare drukvaten van artikel 11, lid 3, de etikettering van artikel 12, de portaalregistratie en de vergunning van de artikelen 20 en 22, en de rapportage van artikel 26.
- Niet van toepassing is het quotumsysteem van artikel 16, want dat betreft fluorkoolwaterstoffen; evenmin de regel voor voorgevulde apparatuur van artikel 19, die is geschreven voor stoffen uit deel 1 van bijlage I.
- Let op de eenheid. Voor bijlage I staan de drempels in ton CO2-equivalent, voor deel 1 van bijlage II in kilogram. Bij kleine vullingen is het HFO-regime strenger, niet soepeler.
Geen prijzen, levertijden, beschikbaarheid, nationale boetebedragen, gevaarlijke-stoffencijfers of UN-nummers. Ook geen brandbaarheidsindeling van enig koudemiddel: die staat in de toepasselijke veiligheidsnorm en in het veiligheidsinformatieblad.
Wat bijlage II werkelijk bevat
Bijlage II heeft drie delen en alleen het eerste is van belang voor een koeltechnisch bedrijf. De volledige kop ervan in de verordening luidt onverzadigde hydro(chloor)fluorkoolwaterstoffen.
| Stof, zoals vermeld | GWP uit de kolom van bijlage II |
|---|---|
| HCFC-1224yd | 0,06 |
| Trans-1,2-difluoretheen (HFC-1132) en isomeren | Groter dan 1; waarde nog niet beschikbaar |
| 1,1-difluoretheen (HFC-1132a) | 0,052 |
| Nonafluor-(trifluormethyl)pent-2-een, in de in de bijlage vermelde vorm | 1, standaardwaarde |
| HFC-1234yf | 0,501 |
| HFC-1234ze en isomeren | 1,37 |
| HFC-1336mzz(E) | 17,9 |
| HFC-1336mzz(Z) | 2,08 |
| HCFC-1233zd en isomeren | 3,88 |
| HCFC-1233xf | 1, standaardwaarde |
Deel 2 bevat gefluoreerde stoffen die als inhalatieanesthetica worden gebruikt en deel 3 stikstoftrifluoride en sulfurylfluoride. Die hebben eigen regimes — bijvoorbeeld het gebruiksverbod voor desfluraan in artikel 13, lid 8, of de documentatie van begassing met sulfurylfluoride in artikel 4, lid 2 — en hebben niets met koeltechniek te maken.
Alle GWP-waarden in deel 1 liggen ver onder 150. Dat heeft een rechtstreeks gevolg: de drempels in de verordening die bij GWP 150 of 2 500 in werking treden, worden door deze stoffen niet bereikt. Dat betekent niet dat de verboden van bijlage IV eraan voorbijgaan, zoals hieronder blijkt.
De status van de meest gebruikte stoffen staat op de R-1234yf-pagina, en de mengsels die ze bevatten in R-454C en R-513A.
Kilogram in plaats van ton CO2-equivalent
Het praktisch belangrijkste verschil tussen bijlage I en deel 1 van bijlage II is de eenheid van de drempels. De verordening gebruikt voor de gassen uit deel 1 van bijlage II geen CO2-equivalent, maar massa.
| Verplichting | Drempel bijlage I | Drempel deel 1 bijlage II | Grondslag |
|---|---|---|---|
| Lekcontrole | 5 ton CO2-equivalent | 1 kilogram | Artikel 5, lid 1 |
| Interval 12 maanden | Onder 50 ton CO2-equivalent | Onder 10 kilogram | Artikel 5, lid 6, punt a) |
| Interval 6 maanden | 50 tot 500 ton CO2-equivalent | 10 tot 100 kilogram | Artikel 5, lid 6, punt b) |
| Interval 3 maanden | 500 ton CO2-equivalent of meer | 100 kilogram of meer | Artikel 5, lid 6, punt c) |
| Lekkagedetectiesysteem | 500 ton CO2-equivalent | 100 kilogram | Artikel 6, lid 1 |
De vergelijking die ontwerpkeuzes verandert: een installatie met 1 kilogram van een gas uit deel 1 van bijlage II moet worden gecontroleerd, terwijl 1 kilogram R-134a bij een GWP van 1 430 neerkomt op 1,43 ton CO2-equivalent en onder de drempel van 5 ton blijft. Bij kleine vullingen is het HFO-regime het strengste.
Artikel 6, lid 1, stelt de waarde van 100 kilogram voor de apparatuur van artikel 5, lid 2, punten a) tot en met d). Artikel 6, lid 2, dat organische rankinecycli en elektrische schakelinrichtingen vanaf 1 januari 2017 betreft, is uitsluitend uitgedrukt in ton CO2-equivalent van gassen uit bijlage I. Voor die twee categorieën bestaat helemaal geen kilogramdrempel voor gassen uit bijlage II.
De berekening en de intervallen staan in de controlefrequentie, en detectiesystemen in lekdetectiesystemen.
De verplichtingen die volledig gelden
De onderstaande lijst bevat alleen bepalingen die bijlage II of deel 1 daarvan uitdrukkelijk noemen, of die in het algemeen over gefluoreerde broeikasgassen spreken en ze dus omvatten.
- Emissiepreventie. Artikel 4, leden 1, 3 en 5: het verbod op opzettelijk uitstoten, de voorzorgsmaatregelen tegen onopzettelijke uitstoot en reparatie zonder onnodige vertraging. Artikel 4, lid 6, verbindt het in de handel brengen van gefluoreerde broeikasgassen aan het bewijs over trifluormethaan dat als bijproduct is ontstaan.
- Certificering. Artikel 4, lid 7, tweede alinea, verlangt certificering van rechtspersonen die de genoemde apparatuur installeren, onderhouden, repareren of buiten dienst stellen, voor gassen uit bijlage I en uit deel 1 van bijlage II. Artikel 10, lid 5, punt c), neemt de terugwinning van die gassen op in de certificeringsprogramma's, en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 noemt ze uitdrukkelijk in artikel 2, lid 1.
- Registers. Artikel 7, lid 1, voor controleplichtige apparatuur, lid 3 voor ondernemingen die zulke gassen leveren en lid 4 voor verkopers van niet-hermetisch gesloten apparatuur gevuld met gassen uit bijlage I en uit deel 1 van bijlage II.
- Terugwinning. Artikel 8, lid 1, voor alle gefluoreerde broeikasgassen; lid 6 verbiedt hergebruik van teruggewonnen gassen uit bijlage I en deel 1 van bijlage II zonder recycling of regeneratie; de leden 7, 8 en 9 betreffen drukvaten en schuim.
- Kooprecht. Artikel 11, lid 6, dekt uitdrukkelijk gassen uit bijlage I of uit deel 1 van bijlage II.
- Niet-navulbare drukvaten. Artikel 11, lid 3, verbiedt invoer, levering, gebruik en uitvoer van niet-navulbare drukvaten voor gassen uit bijlage I en uit deel 1 van bijlage II, leeg of gevuld.
- Verkoop van voorgevulde apparatuur. Artikel 11, lid 7, betreft niet-hermetisch gesloten apparatuur gevuld met gassen uit beide lijsten.
- Etikettering. Artikel 12, leden 1 en 3, voor producten en apparatuur; lid 5 voor schuim en voorgemengde polyolen met gassen uit de bijlagen I en II; lid 7 voor drukvaten met geregenereerd of gerecycleerd gas.
- Portaal, vergunning en douane. Artikel 20, lid 4, punt a), en artikel 22, lid 1, spreken van gefluoreerde broeikasgassen zonder de bijlage te beperken, en artikel 23, lid 3, verlangt de bijbehorende gegevens in de douaneaangifte.
- Rapportage. Artikel 26, lid 1: producenten, importeurs en exporteurs rapporteren hoeveelheden van meer dan één metrische ton of 100 ton CO2-equivalent van andere gefluoreerde broeikasgassen dan fluorkoolwaterstoffen. Lid 2 betreft vernietiging, lid 4 de gassen in producten en apparatuur en lid 6 de regeneratie.
De portaalregistratie staat in F-gas-portaalregistratie, de jaarlijkse rapportage in jaarlijkse rapportage.
Wat niet geldt en waarom
Elke onderstaande leemte volgt uit een precieze formulering in de tekst, niet uit een algemene vrijstelling voor HFO.
| Bepaling | Waarom zij niet geldt |
|---|---|
| Quotum, artikel 16, lid 1 | Betreft het in de handel brengen van fluorkoolwaterstoffen, in artikel 3, punt 4, omschreven als de stoffen uit deel 1 van bijlage I of mengsels die een van die stoffen bevatten |
| Referentiewaarden en quotumoverdracht, artikelen 17 en 21 | Bouwen op hetzelfde quotumsysteem |
| Productierechten, artikelen 14 en 15 en bijlage V | Betreffen de productie van fluorkoolwaterstoffen |
| Voorgevulde apparatuur, artikel 19, lid 1 | Richt zich op apparatuur die is voorgevuld met stoffen uit deel 1 van bijlage I |
| Onderhoudsverboden in artikel 13, leden 4 en 5 | Zijn geschreven voor gefluoreerde broeikasgassen vermeld in bijlage I |
| Vermelding in reclame, artikel 12, lid 16, tweede alinea | Geldt voor gassen uit de bijlagen I en II met een GWP van 150 of meer; geen stof uit deel 1 van bijlage II haalt die waarde |
Eén uitzondering die je twee keer moet lezen. Artikel 13, lid 3, is niet tot bijlage I beperkt: het verbiedt het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van 2 500 of meer voor het onderhoud of de service van koelapparatuur. De formulering dekt dus ook bijlage II, maar geen stof uit deel 1 komt in de buurt van 2 500. Het verschil in formulering telt wanneer je een mengsel beoordeelt en niet een zuivere stof.
Over quotum en het verschil tussen registratie, quotum, machtiging en overdracht, zie de aparte pagina, en over de berekening van het CO2-equivalent bij invoer de CO2-equivalentberekening.
Bijlage IV gaat niet aan bijlage II-gassen voorbij
Veel posten van bijlage IV zijn op een GWP-waarde gebouwd, en daar komen de stoffen uit deel 1 van bijlage II probleemloos doorheen. Andere posten verbieden echter zonder meer apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevat, zonder enige GWP-grens. Die raken ook HFO-koudemiddelen.
| Post in bijlage IV | Wat zij verbiedt | Datum |
|---|---|---|
| Punt 2, onder b) | Huishoudelijke koelkasten en diepvriezers die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist om te voldoen aan veiligheidseisen op de plaats van gebruik | 1 januari 2026 |
| Punt 7, onder c) | Chillers tot en met 12 kW nominaal vermogen die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist door veiligheidseisen | 1 januari 2032 |
| Punt 8, onder c) | Zelfstandige klimaatregelingsapparatuur en warmtepompen tot en met 12 kW die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist door veiligheidseisen | 1 januari 2032 |
| Punt 9, onder d) | Splitsystemen tot en met 12 kW nominaal vermogen die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist door veiligheidseisen | 1 januari 2035 |
| Punt 17, onder c) | Schuim dat gefluoreerde broeikasgassen bevat, tenzij vereist door veiligheidseisen | 1 januari 2033 |
| Punt 19, onder b) | Technische aerosolen die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist door veiligheidseisen of bij medisch gebruik | 1 januari 2030 |
| Punt 20 | Persoonlijkeverzorgingsproducten die gefluoreerde broeikasgassen bevatten | 1 januari 2025 |
Posten als punt 3, onder c), dat vanaf 1 januari 2025 andere gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van 150 of meer betreft, raken de stoffen uit deel 1 van bijlage II daarentegen niet, omdat die alle onder 150 liggen.
Het volledige tijdschema van de verboden staat in de verbodskalender.
Mengsels: de regel die verrast
Hier zit de duurste vergissing. Artikel 3, punt 4, omschrijft fluorkoolwaterstoffen als de in deel 1 van bijlage I vermelde stoffen of mengsels die een van die stoffen bevatten. De definitie noemt geen minimumaandeel.
Een mengsel dat zelfs een fractie van een stof uit deel 1 van bijlage I bevat, is voor de toepassing van de verordening een fluorkoolwaterstof, hoe groot het HFO-aandeel ook is. Het quotumsysteem van artikel 16 en de regel voor voorgevulde apparatuur van artikel 19 gelden ervoor. Alleen een mengsel dat uitsluitend bestaat uit stoffen die niet in deel 1 van bijlage I staan, blijft buiten het quotum.
Artikel 3, punt 2, omschrijft het mengsel als een stof die is samengesteld uit twee of meer stoffen, waarvan er ten minste één in bijlage I, II of III staat. Artikel 3, punt 1, en bijlage VI geven de rekenmethode voor het GWP: een gewogen gemiddelde uit de som van de gewichtsfracties van de afzonderlijke stoffen vermenigvuldigd met hun GWP, met inbegrip van stoffen die geen gefluoreerde broeikasgassen zijn, met een gewichtstolerantie van plus of min 1 %.
Bij een mengsel met gassen uit bijlage I én uit deel 1 van bijlage II vragen de controledrempels aandacht: artikel 5, lid 1, noemt een drempel in ton CO2-equivalent voor gassen uit bijlage I en een drempel in kilogram voor gassen uit deel 1 van bijlage II. Toets elke component aan zijn eigen drempel voordat u besluit dat een installatie is vrijgesteld.
Het verschil tussen nieuw, gerecycleerd en geregenereerd gas, van belang voor artikel 8, lid 6, en voor het etiket van artikel 12, lid 7, staat op de aparte pagina, en wegwerpflessen in wegwerpflessen.
Checklist
- Plaats de stof in de juiste bijlageDeel 1 van bijlage I voor HFK's, deel 1 van bijlage II voor HFO's en HCFO's. Artikel 2, punt a), dekt ze alle.
- Reken in kilogram voor deel 1 van bijlage IIArtikel 5, lid 1: 1 kilogram, niet 5 ton CO2-equivalent.
- Controleer het mengsel voordat u quotum uitsluitArtikel 3, punt 4: elk spoor van een stof uit deel 1 van bijlage I maakt het mengsel tot fluorkoolwaterstof.
- Ga er niet van uit dat bijlage IV niet geldtPosten zonder GWP-grens verbieden elk gefluoreerd broeikasgas, ongeacht de waarde.
- Bevestig het kooprechtArtikel 11, lid 6, dekt uitdrukkelijk gassen uit deel 1 van bijlage II.
- Weiger niet-navulbare drukvatenArtikel 11, lid 3, verbiedt die ook voor gassen uit deel 1 van bijlage II.
- Controleer de rapportagedrempelArtikel 26, lid 1: één metrische ton of 100 ton CO2-equivalent voor andere gassen dan fluorkoolwaterstoffen.
- Zorg vóór invoer voor een geldige portaalregistratieArtikel 20, lid 4, punt a), en artikel 22, lid 1, maken geen onderscheid tussen bijlagen.
Veelgestelde vragen
Heb ik quotum nodig om R-1234yf in te voeren?
Nee. Artikel 16, lid 1, maakt het in de handel brengen van fluorkoolwaterstoffen afhankelijk van quotum, en artikel 3, punt 4, omschrijft die als de stoffen uit deel 1 van bijlage I of mengsels die er een van bevatten. R-1234yf staat in deel 1 van bijlage II. Verplicht blijven wel de geldige portaalregistratie op grond van artikel 20, lid 4, punt a), en de vergunning van artikel 22, lid 1.
Blijft een HFO-mengsel met wat R-32 buiten het quotum?
Nee. Artikel 3, punt 4, brengt elk mengsel dat een van de stoffen uit deel 1 van bijlage I bevat onder de definitie van fluorkoolwaterstoffen, zonder minimumaandeel. R-32 staat daar, dus het mengsel valt onder het quotumsysteem.
Waarom moet een kleine HFO-installatie worden gecontroleerd en een R-134a-installatie niet?
Omdat de eenheid verschilt. Artikel 5, lid 1, stelt 1 kilogram voor gassen uit deel 1 van bijlage II en 5 ton CO2-equivalent voor gassen uit bijlage I. Bij 1 kilogram haalt een gas met een GWP van 1 430 pas 1,43 ton CO2-equivalent en blijft het onder de drempel, terwijl het gas uit bijlage II zijn eigen drempel bereikt.
Geldt het onderhoudsverbod vanaf GWP 2 500 voor HFO-gassen?
Artikel 13, lid 3, is niet tot bijlage I beperkt, dus formeel dekt het ook bijlage II. In de praktijk komt geen stof uit deel 1 van bijlage II volgens de GWP-kolom van de bijlage in de buurt van 2 500. Pas op met mengsels: hun GWP wordt berekend volgens bijlage VI en kan de drempel overschrijden als het mengsel ook componenten uit bijlage I bevat.
Moet apparatuur met een gas uit bijlage II worden geëtiketteerd?
Ja. Artikel 12, lid 1, somt de categorieën producten en apparatuur op die moeten worden geëtiketteerd wanneer zij gefluoreerde broeikasgassen bevatten of hun werking daarop berust, zonder onderscheid tussen bijlagen. De inhoud van het etiket is die van lid 3, en het formaat is vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2174.
Is een lekkagedetectiesysteem verplicht vanaf 100 kilogram?
Artikel 6, lid 1, legt die verplichting op aan exploitanten van de stationaire apparatuur van artikel 5, lid 2, punten a) tot en met d), die 100 kilogram of meer van gassen uit deel 1 van bijlage II bevat. Artikel 6, lid 2, voor organische rankinecycli en elektrische schakelinrichtingen, is alleen in ton CO2-equivalent van gassen uit bijlage I uitgedrukt.
Officiële bronnen
De bijlagen I, II, IV en VI zijn integraal gelezen in de tekst van het Publicatieblad, samen met de hoofdstukken II, III, IV en V van de verordening.
Actualiteit van deze pagina en aansprakelijkheidsgrenzen
Deze pagina vergelijkt de bepalingen van de verordening naar de bijlage waarin het gas staat. Zij bevat geen prijzen, beschikbaarheid, boetebedragen of gevaarlijke-stoffengegevens en vervangt niet de controle van de exacte samenstelling van een mengsel in het veiligheidsinformatieblad.
Algemene informatie, opgesteld door EgoLog op basis van de officiële teksten. Het is geen juridisch en geen douaneadvies.
De bijlagen kunnen worden gewijzigd. Controleer de geldende tekst voordat u een commerciële beslissing neemt. Controleer de veiligheidsklasse van elk koudemiddel in het veiligheidsinformatieblad en in de toepasselijke norm; de omgang volgt de geldende veiligheidseisen en werk aan het koudemiddelcircuit wordt alleen door gecertificeerd personeel uitgevoerd. Zie veiligheidsklassen.
