Ga naar de inhoud
Aankoop en juridische status

HFO-gassen uit bijlage II: welke verplichtingen gelden en welke niet

HFO-koudemiddelen vallen niet buiten de verordening. Zij staan in deel 1 van bijlage II bij Verordening (EU) 2024/573 en roepen vrijwel alle operationele verplichtingen op, maar met drempels in kilogram en zonder quotumsysteem. Deze pagina scheidt precies wat wel en wat niet geldt.

Gecontroleerd aan officiële bronnenLaatst gecontroleerd: 22 september 202611 min leestijd
Controledrempel1 kilogram

Artikel 5, lid 1: gassen uit deel 1 van bijlage II worden in kilogram geteld, niet in ton CO2-equivalent.

QuotumGeldt niet

Artikel 16, lid 1, betreft fluorkoolwaterstoffen, omschreven in artikel 3, punt 4.

Vergunning en portaalVerplicht

Artikel 20, lid 4, punt a), en artikel 22, lid 1, dekken alle gefluoreerde broeikasgassen.

Rapportagedrempel1 ton of 100 ton CO2-equivalent

Artikel 26, lid 1, voor andere gefluoreerde broeikasgassen dan fluorkoolwaterstoffen.

Het korte antwoord

Artikel 2, punt a), bepaalt dat de verordening geldt voor de in de bijlagen I, II en III vermelde gefluoreerde broeikasgassen, zowel alleen als in mengsels. Deel 1 van bijlage II is de lijst van onverzadigde hydro(chloor)fluorkoolwaterstoffen, precies de familie die als HFO en HCFO wordt verhandeld.

  • Van toepassing is vrijwel heel hoofdstuk II: emissiepreventie, lekcontroles, detectiesystemen, registers, terugwinning en certificering.
  • Van toepassing zijn ook de marktregels: het kooprecht van artikel 11, lid 6, het verbod op niet-navulbare drukvaten van artikel 11, lid 3, de etikettering van artikel 12, de portaalregistratie en de vergunning van de artikelen 20 en 22, en de rapportage van artikel 26.
  • Niet van toepassing is het quotumsysteem van artikel 16, want dat betreft fluorkoolwaterstoffen; evenmin de regel voor voorgevulde apparatuur van artikel 19, die is geschreven voor stoffen uit deel 1 van bijlage I.
  • Let op de eenheid. Voor bijlage I staan de drempels in ton CO2-equivalent, voor deel 1 van bijlage II in kilogram. Bij kleine vullingen is het HFO-regime strenger, niet soepeler.
Wat er niet op deze pagina staat

Geen prijzen, levertijden, beschikbaarheid, nationale boetebedragen, gevaarlijke-stoffencijfers of UN-nummers. Ook geen brandbaarheidsindeling van enig koudemiddel: die staat in de toepasselijke veiligheidsnorm en in het veiligheidsinformatieblad.

Wat bijlage II werkelijk bevat

Bijlage II heeft drie delen en alleen het eerste is van belang voor een koeltechnisch bedrijf. De volledige kop ervan in de verordening luidt onverzadigde hydro(chloor)fluorkoolwaterstoffen.

Stof, zoals vermeldGWP uit de kolom van bijlage II
HCFC-1224yd0,06
Trans-1,2-difluoretheen (HFC-1132) en isomerenGroter dan 1; waarde nog niet beschikbaar
1,1-difluoretheen (HFC-1132a)0,052
Nonafluor-(trifluormethyl)pent-2-een, in de in de bijlage vermelde vorm1, standaardwaarde
HFC-1234yf0,501
HFC-1234ze en isomeren1,37
HFC-1336mzz(E)17,9
HFC-1336mzz(Z)2,08
HCFC-1233zd en isomeren3,88
HCFC-1233xf1, standaardwaarde

Deel 2 bevat gefluoreerde stoffen die als inhalatieanesthetica worden gebruikt en deel 3 stikstoftrifluoride en sulfurylfluoride. Die hebben eigen regimes — bijvoorbeeld het gebruiksverbod voor desfluraan in artikel 13, lid 8, of de documentatie van begassing met sulfurylfluoride in artikel 4, lid 2 — en hebben niets met koeltechniek te maken.

Alle GWP-waarden in deel 1 liggen ver onder 150. Dat heeft een rechtstreeks gevolg: de drempels in de verordening die bij GWP 150 of 2 500 in werking treden, worden door deze stoffen niet bereikt. Dat betekent niet dat de verboden van bijlage IV eraan voorbijgaan, zoals hieronder blijkt.

De status van de meest gebruikte stoffen staat op de R-1234yf-pagina, en de mengsels die ze bevatten in R-454C en R-513A.

Kilogram in plaats van ton CO2-equivalent

Het praktisch belangrijkste verschil tussen bijlage I en deel 1 van bijlage II is de eenheid van de drempels. De verordening gebruikt voor de gassen uit deel 1 van bijlage II geen CO2-equivalent, maar massa.

VerplichtingDrempel bijlage IDrempel deel 1 bijlage IIGrondslag
Lekcontrole5 ton CO2-equivalent1 kilogramArtikel 5, lid 1
Interval 12 maandenOnder 50 ton CO2-equivalentOnder 10 kilogramArtikel 5, lid 6, punt a)
Interval 6 maanden50 tot 500 ton CO2-equivalent10 tot 100 kilogramArtikel 5, lid 6, punt b)
Interval 3 maanden500 ton CO2-equivalent of meer100 kilogram of meerArtikel 5, lid 6, punt c)
Lekkagedetectiesysteem500 ton CO2-equivalent100 kilogramArtikel 6, lid 1

De vergelijking die ontwerpkeuzes verandert: een installatie met 1 kilogram van een gas uit deel 1 van bijlage II moet worden gecontroleerd, terwijl 1 kilogram R-134a bij een GWP van 1 430 neerkomt op 1,43 ton CO2-equivalent en onder de drempel van 5 ton blijft. Bij kleine vullingen is het HFO-regime het strengste.

Een asymmetrie in artikel 6

Artikel 6, lid 1, stelt de waarde van 100 kilogram voor de apparatuur van artikel 5, lid 2, punten a) tot en met d). Artikel 6, lid 2, dat organische rankinecycli en elektrische schakelinrichtingen vanaf 1 januari 2017 betreft, is uitsluitend uitgedrukt in ton CO2-equivalent van gassen uit bijlage I. Voor die twee categorieën bestaat helemaal geen kilogramdrempel voor gassen uit bijlage II.

De berekening en de intervallen staan in de controlefrequentie, en detectiesystemen in lekdetectiesystemen.

De verplichtingen die volledig gelden

De onderstaande lijst bevat alleen bepalingen die bijlage II of deel 1 daarvan uitdrukkelijk noemen, of die in het algemeen over gefluoreerde broeikasgassen spreken en ze dus omvatten.

  • Emissiepreventie. Artikel 4, leden 1, 3 en 5: het verbod op opzettelijk uitstoten, de voorzorgsmaatregelen tegen onopzettelijke uitstoot en reparatie zonder onnodige vertraging. Artikel 4, lid 6, verbindt het in de handel brengen van gefluoreerde broeikasgassen aan het bewijs over trifluormethaan dat als bijproduct is ontstaan.
  • Certificering. Artikel 4, lid 7, tweede alinea, verlangt certificering van rechtspersonen die de genoemde apparatuur installeren, onderhouden, repareren of buiten dienst stellen, voor gassen uit bijlage I en uit deel 1 van bijlage II. Artikel 10, lid 5, punt c), neemt de terugwinning van die gassen op in de certificeringsprogramma's, en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 noemt ze uitdrukkelijk in artikel 2, lid 1.
  • Registers. Artikel 7, lid 1, voor controleplichtige apparatuur, lid 3 voor ondernemingen die zulke gassen leveren en lid 4 voor verkopers van niet-hermetisch gesloten apparatuur gevuld met gassen uit bijlage I en uit deel 1 van bijlage II.
  • Terugwinning. Artikel 8, lid 1, voor alle gefluoreerde broeikasgassen; lid 6 verbiedt hergebruik van teruggewonnen gassen uit bijlage I en deel 1 van bijlage II zonder recycling of regeneratie; de leden 7, 8 en 9 betreffen drukvaten en schuim.
  • Kooprecht. Artikel 11, lid 6, dekt uitdrukkelijk gassen uit bijlage I of uit deel 1 van bijlage II.
  • Niet-navulbare drukvaten. Artikel 11, lid 3, verbiedt invoer, levering, gebruik en uitvoer van niet-navulbare drukvaten voor gassen uit bijlage I en uit deel 1 van bijlage II, leeg of gevuld.
  • Verkoop van voorgevulde apparatuur. Artikel 11, lid 7, betreft niet-hermetisch gesloten apparatuur gevuld met gassen uit beide lijsten.
  • Etikettering. Artikel 12, leden 1 en 3, voor producten en apparatuur; lid 5 voor schuim en voorgemengde polyolen met gassen uit de bijlagen I en II; lid 7 voor drukvaten met geregenereerd of gerecycleerd gas.
  • Portaal, vergunning en douane. Artikel 20, lid 4, punt a), en artikel 22, lid 1, spreken van gefluoreerde broeikasgassen zonder de bijlage te beperken, en artikel 23, lid 3, verlangt de bijbehorende gegevens in de douaneaangifte.
  • Rapportage. Artikel 26, lid 1: producenten, importeurs en exporteurs rapporteren hoeveelheden van meer dan één metrische ton of 100 ton CO2-equivalent van andere gefluoreerde broeikasgassen dan fluorkoolwaterstoffen. Lid 2 betreft vernietiging, lid 4 de gassen in producten en apparatuur en lid 6 de regeneratie.

De portaalregistratie staat in F-gas-portaalregistratie, de jaarlijkse rapportage in jaarlijkse rapportage.

Wat niet geldt en waarom

Elke onderstaande leemte volgt uit een precieze formulering in de tekst, niet uit een algemene vrijstelling voor HFO.

BepalingWaarom zij niet geldt
Quotum, artikel 16, lid 1Betreft het in de handel brengen van fluorkoolwaterstoffen, in artikel 3, punt 4, omschreven als de stoffen uit deel 1 van bijlage I of mengsels die een van die stoffen bevatten
Referentiewaarden en quotumoverdracht, artikelen 17 en 21Bouwen op hetzelfde quotumsysteem
Productierechten, artikelen 14 en 15 en bijlage VBetreffen de productie van fluorkoolwaterstoffen
Voorgevulde apparatuur, artikel 19, lid 1Richt zich op apparatuur die is voorgevuld met stoffen uit deel 1 van bijlage I
Onderhoudsverboden in artikel 13, leden 4 en 5Zijn geschreven voor gefluoreerde broeikasgassen vermeld in bijlage I
Vermelding in reclame, artikel 12, lid 16, tweede alineaGeldt voor gassen uit de bijlagen I en II met een GWP van 150 of meer; geen stof uit deel 1 van bijlage II haalt die waarde

Eén uitzondering die je twee keer moet lezen. Artikel 13, lid 3, is niet tot bijlage I beperkt: het verbiedt het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van 2 500 of meer voor het onderhoud of de service van koelapparatuur. De formulering dekt dus ook bijlage II, maar geen stof uit deel 1 komt in de buurt van 2 500. Het verschil in formulering telt wanneer je een mengsel beoordeelt en niet een zuivere stof.

Over quotum en het verschil tussen registratie, quotum, machtiging en overdracht, zie de aparte pagina, en over de berekening van het CO2-equivalent bij invoer de CO2-equivalentberekening.

Bijlage IV gaat niet aan bijlage II-gassen voorbij

Veel posten van bijlage IV zijn op een GWP-waarde gebouwd, en daar komen de stoffen uit deel 1 van bijlage II probleemloos doorheen. Andere posten verbieden echter zonder meer apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevat, zonder enige GWP-grens. Die raken ook HFO-koudemiddelen.

Post in bijlage IVWat zij verbiedtDatum
Punt 2, onder b)Huishoudelijke koelkasten en diepvriezers die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist om te voldoen aan veiligheidseisen op de plaats van gebruik1 januari 2026
Punt 7, onder c)Chillers tot en met 12 kW nominaal vermogen die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist door veiligheidseisen1 januari 2032
Punt 8, onder c)Zelfstandige klimaatregelingsapparatuur en warmtepompen tot en met 12 kW die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist door veiligheidseisen1 januari 2032
Punt 9, onder d)Splitsystemen tot en met 12 kW nominaal vermogen die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist door veiligheidseisen1 januari 2035
Punt 17, onder c)Schuim dat gefluoreerde broeikasgassen bevat, tenzij vereist door veiligheidseisen1 januari 2033
Punt 19, onder b)Technische aerosolen die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, tenzij vereist door veiligheidseisen of bij medisch gebruik1 januari 2030
Punt 20Persoonlijkeverzorgingsproducten die gefluoreerde broeikasgassen bevatten1 januari 2025

Posten als punt 3, onder c), dat vanaf 1 januari 2025 andere gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van 150 of meer betreft, raken de stoffen uit deel 1 van bijlage II daarentegen niet, omdat die alle onder 150 liggen.

Het volledige tijdschema van de verboden staat in de verbodskalender.

Mengsels: de regel die verrast

Hier zit de duurste vergissing. Artikel 3, punt 4, omschrijft fluorkoolwaterstoffen als de in deel 1 van bijlage I vermelde stoffen of mengsels die een van die stoffen bevatten. De definitie noemt geen minimumaandeel.

Het gevolg

Een mengsel dat zelfs een fractie van een stof uit deel 1 van bijlage I bevat, is voor de toepassing van de verordening een fluorkoolwaterstof, hoe groot het HFO-aandeel ook is. Het quotumsysteem van artikel 16 en de regel voor voorgevulde apparatuur van artikel 19 gelden ervoor. Alleen een mengsel dat uitsluitend bestaat uit stoffen die niet in deel 1 van bijlage I staan, blijft buiten het quotum.

Artikel 3, punt 2, omschrijft het mengsel als een stof die is samengesteld uit twee of meer stoffen, waarvan er ten minste één in bijlage I, II of III staat. Artikel 3, punt 1, en bijlage VI geven de rekenmethode voor het GWP: een gewogen gemiddelde uit de som van de gewichtsfracties van de afzonderlijke stoffen vermenigvuldigd met hun GWP, met inbegrip van stoffen die geen gefluoreerde broeikasgassen zijn, met een gewichtstolerantie van plus of min 1 %.

Bij een mengsel met gassen uit bijlage I én uit deel 1 van bijlage II vragen de controledrempels aandacht: artikel 5, lid 1, noemt een drempel in ton CO2-equivalent voor gassen uit bijlage I en een drempel in kilogram voor gassen uit deel 1 van bijlage II. Toets elke component aan zijn eigen drempel voordat u besluit dat een installatie is vrijgesteld.

Het verschil tussen nieuw, gerecycleerd en geregenereerd gas, van belang voor artikel 8, lid 6, en voor het etiket van artikel 12, lid 7, staat op de aparte pagina, en wegwerpflessen in wegwerpflessen.

Checklist

  • Plaats de stof in de juiste bijlageDeel 1 van bijlage I voor HFK's, deel 1 van bijlage II voor HFO's en HCFO's. Artikel 2, punt a), dekt ze alle.
  • Reken in kilogram voor deel 1 van bijlage IIArtikel 5, lid 1: 1 kilogram, niet 5 ton CO2-equivalent.
  • Controleer het mengsel voordat u quotum uitsluitArtikel 3, punt 4: elk spoor van een stof uit deel 1 van bijlage I maakt het mengsel tot fluorkoolwaterstof.
  • Ga er niet van uit dat bijlage IV niet geldtPosten zonder GWP-grens verbieden elk gefluoreerd broeikasgas, ongeacht de waarde.
  • Bevestig het kooprechtArtikel 11, lid 6, dekt uitdrukkelijk gassen uit deel 1 van bijlage II.
  • Weiger niet-navulbare drukvatenArtikel 11, lid 3, verbiedt die ook voor gassen uit deel 1 van bijlage II.
  • Controleer de rapportagedrempelArtikel 26, lid 1: één metrische ton of 100 ton CO2-equivalent voor andere gassen dan fluorkoolwaterstoffen.
  • Zorg vóór invoer voor een geldige portaalregistratieArtikel 20, lid 4, punt a), en artikel 22, lid 1, maken geen onderscheid tussen bijlagen.

Veelgestelde vragen

Heb ik quotum nodig om R-1234yf in te voeren?

Nee. Artikel 16, lid 1, maakt het in de handel brengen van fluorkoolwaterstoffen afhankelijk van quotum, en artikel 3, punt 4, omschrijft die als de stoffen uit deel 1 van bijlage I of mengsels die er een van bevatten. R-1234yf staat in deel 1 van bijlage II. Verplicht blijven wel de geldige portaalregistratie op grond van artikel 20, lid 4, punt a), en de vergunning van artikel 22, lid 1.

Blijft een HFO-mengsel met wat R-32 buiten het quotum?

Nee. Artikel 3, punt 4, brengt elk mengsel dat een van de stoffen uit deel 1 van bijlage I bevat onder de definitie van fluorkoolwaterstoffen, zonder minimumaandeel. R-32 staat daar, dus het mengsel valt onder het quotumsysteem.

Waarom moet een kleine HFO-installatie worden gecontroleerd en een R-134a-installatie niet?

Omdat de eenheid verschilt. Artikel 5, lid 1, stelt 1 kilogram voor gassen uit deel 1 van bijlage II en 5 ton CO2-equivalent voor gassen uit bijlage I. Bij 1 kilogram haalt een gas met een GWP van 1 430 pas 1,43 ton CO2-equivalent en blijft het onder de drempel, terwijl het gas uit bijlage II zijn eigen drempel bereikt.

Geldt het onderhoudsverbod vanaf GWP 2 500 voor HFO-gassen?

Artikel 13, lid 3, is niet tot bijlage I beperkt, dus formeel dekt het ook bijlage II. In de praktijk komt geen stof uit deel 1 van bijlage II volgens de GWP-kolom van de bijlage in de buurt van 2 500. Pas op met mengsels: hun GWP wordt berekend volgens bijlage VI en kan de drempel overschrijden als het mengsel ook componenten uit bijlage I bevat.

Moet apparatuur met een gas uit bijlage II worden geëtiketteerd?

Ja. Artikel 12, lid 1, somt de categorieën producten en apparatuur op die moeten worden geëtiketteerd wanneer zij gefluoreerde broeikasgassen bevatten of hun werking daarop berust, zonder onderscheid tussen bijlagen. De inhoud van het etiket is die van lid 3, en het formaat is vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2174.

Is een lekkagedetectiesysteem verplicht vanaf 100 kilogram?

Artikel 6, lid 1, legt die verplichting op aan exploitanten van de stationaire apparatuur van artikel 5, lid 2, punten a) tot en met d), die 100 kilogram of meer van gassen uit deel 1 van bijlage II bevat. Artikel 6, lid 2, voor organische rankinecycli en elektrische schakelinrichtingen, is alleen in ton CO2-equivalent van gassen uit bijlage I uitgedrukt.

Officiële bronnen

De bijlagen I, II, IV en VI zijn integraal gelezen in de tekst van het Publicatieblad, samen met de hoofdstukken II, III, IV en V van de verordening.

Actualiteit van deze pagina en aansprakelijkheidsgrenzen

Lees dit

Deze pagina vergelijkt de bepalingen van de verordening naar de bijlage waarin het gas staat. Zij bevat geen prijzen, beschikbaarheid, boetebedragen of gevaarlijke-stoffengegevens en vervangt niet de controle van de exacte samenstelling van een mengsel in het veiligheidsinformatieblad.

Algemene informatie, opgesteld door EgoLog op basis van de officiële teksten. Het is geen juridisch en geen douaneadvies.

De bijlagen kunnen worden gewijzigd. Controleer de geldende tekst voordat u een commerciële beslissing neemt. Controleer de veiligheidsklasse van elk koudemiddel in het veiligheidsinformatieblad en in de toepasselijke norm; de omgang volgt de geldende veiligheidseisen en werk aan het koudemiddelcircuit wordt alleen door gecertificeerd personeel uitgevoerd. Zie veiligheidsklassen.

Verwante gidsen

Aankoop en juridische status

Illegaal en vervalst koudemiddel: herkennen vóór je koopt

De controles die een rechtmatige levering scheiden van een illegale: portaalregistratie, quotum, etikettering, houders, registratie — en wat de koper overkomt als het misgaat.

  • Illegale handel
  • Artikel 23
  • Artikel 24
  • Quotum
  • F-gas Portal
  • Verordening (EU) 2024/573
Bijgewerkt 26 augustus 202611 min leestijd
Open de gids
Regelgeving en naleving

De HFK-afbouw: het tijdschema van bijlage VII tot 2050

De tabel met maximale hoeveelheden uit bijlage VII, wat wel en niet quotumplichtig is, hoe referentiewaarden en quota worden berekend en wat het toewijzingsbedrag juridisch is.

  • Bijlage VII
  • Quotum
  • Artikel 17
  • HFK
Bijgewerkt 22 september 202611 min leestijd
Open de gids
Productpagina's

R-1234yf: regelgevingsstatus in de EU

GWP 0,501, maar kilogramdrempels: controle vanaf 1 kg, banden bij 10 en 100 kg. Een laag GWP betekent niet buiten bereik.

  • R-1234yf
  • GWP 0,501
  • Kilogramdrempels
Bijgewerkt 26 augustus 20269 min leestijd
Open de gids

Lees deze gids in een andere taal