Kort antwoord
R-454C is een mengsel van R-32 en R-1234yf. Berekend volgens bijlage VI uit de door de fabrikant opgegeven nominale samenstelling — 21,5 % R-32 en 78,5 % R-1234yf — bedraagt het GWP ongeveer 145,5.
Daarmee blijft het onder de laagste streep van de verordening, die van 150. Het praktische gevolg is kort: geen enkel onderhoudsverbod op basis van GWP raakt het, en uit bijlage IV raken het alleen de regels met “elk gefluoreerd broeikasgas”, niet die met een grens van 150 of 750.
Wat het cijfer niet oplost, is de veiligheidsklasse. De documentatie van de fabrikant deelt het in als A2L, en de F-gassenverordening gaat niet over ontvlambaarheid: daarover beslissen productnormen en de veiligheidseisen op de plaats van opstelling.
| Situatie | Waarde |
|---|---|
| GWP | ≈ 145,5 — berekend volgens bijlage VI |
| Onderhoud vandaag | Toegestaan — valt niet onder de onderhoudsverboden die nu gelden |
| Vanaf 1 januari 2032 | Toegestaan — blijft onder de grens van 750 in artikel 13, lid 5 |
| Drempel lekcontrole | 5 t CO2-eq ≈ 34,4 kg (bijlage I) |
Geen thermodynamische eigenschappen, geen vullinggrenzen, geen ventilatie- of detectie-eisen voor ontvlambare koudemiddelen, geen olieverdraagbaarheid, geen temperatuurglijding en geen vervoersdrempels. Dat alles staat niet in de F-gassenverordening. Haal het uit het veiligheidsinformatieblad, uit de documentatie van de apparatuurfabrikant en uit de geldende productnormen.
Het GWP en waar het vandaan komt
R-454C is een mengsel en staat dus niet met een eigen waarde in bijlage I. Het GWP wordt berekend volgens bijlage VI als gewogen gemiddelde van de massafracties, met de bindende waarden uit de bijlagen I en II.
| Bestanddeel | Massapercentage | GWP | Bijdrage |
|---|---|---|---|
| HFK-32 | 21,5 % | 675 | 145,1 |
| HFK-1234yf | 78,5 % | 0,501 | 0,393 |
| Totaal | ≈ 145,5 | ||
R-32 staat in bijlage I met 675. R-1234yf staat in deel 1 van bijlage II met 0,501. Bijna vier vijfde van de massa draagt zo minder dan een halve eenheid bij aan het resultaat: het hele GWP van dit mengsel komt uit de 21,5 procent R-32.
Bijlage VI staat een gewichtstolerantie van ± 1 % toe, en stoffen die niet in de bijlagen staan tellen als 0. Het cijfer op het etiket of in de productdocumentatie kan afgerond zijn; waar het commercieel telt, gebruik je dat.
Het productbulletin voor Opteon XL20 geeft een GWP van 148, berekend op AR4-waarden. Het hele verschil met ≈ 145,5 komt uit de waarde die aan het HFO-bestanddeel wordt toegekend. De verordening laat hier geen keuze: de bindende waarde voor HFK-1234yf is 0,501, uit deel 1 van bijlage II.
De tweede draagt de kop “20 years-GWP — for information purposes only”. Dat is niet de waarde waaraan de drempels worden gemeten. Gebruik ervan vermenigvuldigt de uitkomst.
De marge tot de 150-streep is ongeveer drie procent. Dat is genoeg, maar niet ruim: de tolerantie van ± 1 % uit bijlage VI eet haar niet op, een sterk afwijkende werkelijke samenstelling wel. Daarom haal je het cijfer uit het productdocument en niet uit een algemene tabel.
Onderhoud: wat je mag vullen en tot wanneer
Artikel 13 bevat drie GWP-strepen voor onderhoud en service. R-454C blijft onder alle drie.
- Artikel 13, lid 3, verbiedt gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van 2 500 of meer voor onderhoud of service aan koelapparatuur met een vulling van 40 ton CO2-equivalent of meer; vanaf 1 januari 2025 geldt het verbod voor alle koelapparatuur.
- Artikel 13, lid 4, brengt dezelfde grens van 2 500 vanaf 1 januari 2026 naar airconditioning en warmtepompen.
- Artikel 13, lid 5, verbiedt vanaf 1 januari 2032 bijlage I-gassen met een GWP van 750 of meer voor onderhoud aan stationaire koelapparatuur, chillers uitgezonderd.
Met ≈ 145,5 zit R-454C onder elk van die drempels. In de geldende tekst staat geen datum waarop onderhoud met R-454C op grond van het GWP verboden wordt.
Het ontbreken van een onderhoudsverbod verandert niets aan de rest. Aankoop blijft op grond van artikel 11, lid 6, voorbehouden aan gecertificeerde personen en de ondernemingen die hen in dienst hebben. De verkoper legt op grond van artikel 7, lid 3, het certificaatnummer van elke koper en de hoeveelheden vast. Terugwinning gebeurt op grond van artikel 8 door gecertificeerde personen.
Artikel 13, lid 6, staat de Commissie toe tijdelijke uitzonderingen op de verboden van de leden 4 en 5 te verlenen wanneer zij een bevestigd tekort aan geregenereerd of gerecycled gas vaststelt. Dat mechanisme betreft de gassen die door die leden worden geraakt, niet R-454C.
Apparatuur: wat niet meer in de handel mag
Bijlage IV somt de producten en apparatuur op die niet meer in de handel mogen worden gebracht, elk met een GWP-grens en een datum. Bijna elke regel uit koeling en airconditioning kent een grens van 150 of 750, waar R-454C onder blijft. Het wordt geraakt door de regels die geen GWP-grens noemen:
| Punt bijlage IV | Apparatuur | Grens | Datum |
|---|---|---|---|
| 2(b) | Huishoudelijke koel- en vriesapparaten | elk gefluoreerd broeikasgas | 1.1.2026 |
| 7(c) | Chillers tot en met 12 kW | elk gefluoreerd broeikasgas | 1.1.2032 |
| 8(c) | Zelfstandige airco's en warmtepompen tot en met 12 kW | elk gefluoreerd broeikasgas (750 waar veiligheid dat vergt) | 1.1.2032 |
| 9(d) | Splitsystemen tot en met 12 kW | elk gefluoreerd broeikasgas | 1.1.2035 |
De regels die in commerciële koeling het meest tellen laten het door: punt 3(c) en punt 4 (grens 150, vanaf 1 januari 2025), punt 5(c) (grens 150, vanaf 1 januari 2030) en punt 6 (centrale multipack-systemen vanaf 40 kW, grens 150, vanaf 1 januari 2022). Daarvoor bestaat dit mengsel.
Punt 6 laat in het primaire koudemiddelcircuit van cascadesystemen gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van minder dan 1 500 toe. R-454C valt ruim binnen die uitzondering.
Let op de formule “behalve wanneer dat nodig is om te voldoen aan veiligheidseisen op de plaats van opstelling”, die op bijna elke recente regel staat. Laat de veiligheid ter plaatse geen ontvlambaar koudemiddel toe, dan stijgt de GWP-grens in de punten 8 en 9 naar 750. Het is de enige plek waar de verordening indirect erkent dat een A2L-koudemiddel niet overal kan.
Lekcontroles en het detectiesysteem
Artikel 5, lid 1, bepaalt vanaf welke hoeveelheid wordt gecontroleerd, en lid 6 hoe vaak. De plicht ligt bij exploitanten en bij fabrikanten van de apparatuur.
Voor bijlage I-gassen ligt de drempel op 5 ton CO2-equivalent. Bij ≈ 145,5 is dat 5 000 ÷ 145,5 ≈ 34,4 kg koudemiddel in een installatie.
| Vulling | Controle ten minste | Met detectiesysteem |
|---|---|---|
| 5 – 50 t CO2-eq | 12 maanden | 24 maanden |
| 50 – 500 t CO2-eq | 6 maanden | 12 maanden |
| ≥ 500 t CO2-eq | 3 maanden | 6 maanden |
Uitgewerkt voorbeeld. 40 kg R-454C is 40 × 145,5 ÷ 1 000 ≈ 5,8 t CO2-eq — de onderste band, dus controle ten minste elke 12 maanden, of elke 24 maanden als de installatie een lekdetectiesysteem heeft.
De drempel van 500 t CO2-eq uit artikel 6, lid 1, waarboven een detectiesysteem verplicht wordt, zou meer dan 3 400 kg R-454C in één installatie vergen. In gewone commerciële koeling wordt die niet gehaald.
Artikel 5, lid 1, kent twee drempels: 5 ton CO2-equivalent voor gassen uit bijlage I en 1 kilogram voor gassen uit deel 1 van bijlage II. R-454C bestaat voor 78,5 % uit HFK-1234yf, een gas uit deel 1 van bijlage II. De tekst zegt niet met zoveel woorden hoe beide drempels samenwerken bij een mengsel met bestanddelen uit beide bijlagen. Verzin geen uitleg: bevestig de lezing bij je nationale bevoegde autoriteit en behandel de installatie tot die tijd volgens de striktste lezing.
Voor de intervallen en voor de berekening van het CO2-equivalent, zie de gids over de frequentie van lekcontroles.
Commerciële koeling en de klasse A2L: wat de verordening regelt
De fabrikant biedt R-454C aan voor commerciële en industriële koeling bij lage en middelhoge temperatuur, als alternatief voor R-404A, R-507 en de R-407-reeks. Vanuit de verordening bekeken is er één, maar zwaarwegende reden: het is een van de weinige gefluoreerde broeikasgassen die onder de 150-streep blijven en dus de datum 1 januari 2030 uit bijlage IV punt 5(c) overleven.
De veiligheidsklasse komt niet uit de verordening. De productdocumentatie van de fabrikant deelt R-454C in als A2L, dus als beperkt ontvlambaar. Verordening (EU) 2024/573 deelt koudemiddelen niet in naar ontvlambaarheid en stelt geen vullinggrenzen, ventilatie-eisen of zonering vast. Die komen uit product- en installatienormen en uit nationale veiligheidseisen.
Toch raakt de verordening het onderwerp op twee plaatsen, en beide tellen voor wie met een A2L-koudemiddel werkt:
- Artikel 10, lid 5, punt e): certificerings- en opleidingsprogramma's moeten het veilig hanteren dekken van apparatuur met ontvlambare of giftige gassen of die onder hoge druk werkt.
- Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 verbreedt het bereik van de certificaten voorbij de gefluoreerde broeikasgassen: artikel 2 dekt werk aan apparatuur met F-gassen of met de alternatieven ammoniak, kooldioxide en koolwaterstoffen, en certificaat A1 uit artikel 3, lid 2, dekt gefluoreerde broeikasgassen en koolwaterstoffen.
Het tweede punt om te onthouden: een GWP onder 150 betekent niet buiten de verordening. R-454C blijft een gefluoreerd broeikasgas — etiket, register, aankoop door gecertificeerde personen, terugwinning en verkoopregistratie gelden precies als bij R-404A.
Voor de directe vergelijking met de andere uitwegen uit R-404A, zie de gids over het vervangen van R-404A. Voor de veiligheidsklassen apart, zie A1, A2L en A3.
Etiket en register
Het etiket. Artikel 12, lid 1, punt g), brengt alle houders met gefluoreerde broeikasgassen onder de etiketteringsplicht, en lid 3 verlangt de vermelding dat er gefluoreerde broeikasgassen in zitten, de in de industrie aanvaarde aanduiding, de hoeveelheid in gewicht en in CO2-equivalent, en het GWP. Lid 4 verlangt een duidelijk leesbaar en onuitwisbaar etiket in de officiële talen van de lidstaat van commerciële bestemming.
Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2174 voegt in artikel 1, lid 3, de verplichte tekst “contains fluorinated greenhouse gases” toe en verwijst in lid 4 voor het CO2-equivalent naar de kolom “GWP” van de bijlagen I, II en III.
Het register. Moet de apparatuur op grond van artikel 5, lid 1, worden gecontroleerd, dan verlangt artikel 7, lid 1, een register per stuk apparatuur: hoeveelheid en type gas, toegevoegde hoeveelheden met data, teruggewonnen hoeveelheid, herkomst van toegevoegd gas en of het gerecycled of geregenereerd was, de identiteit van de onderneming en de persoon die het werk deed, en de data en resultaten van controles en reparaties. Vijf jaar, bij de exploitant en in kopie bij het servicebedrijf.
Wie het mag kopen. Artikel 11, lid 6, staat aankoop alleen toe aan gecertificeerde personen of ondernemingen die hen in dienst hebben; de tweede alinea maakt duidelijk dat niet-gecertificeerde ondernemingen het gas wel mogen inzamelen, vervoeren of leveren.
Wat de verordening NIET zegt
Fysische eigenschappen, veiligheidsklasse en ontvlambaarheid staan niet in de verordening. Die haal je uit het veiligheidsinformatieblad van het product — rubriek 2 voor indeling en etiketelementen, rubriek 9 voor fysische en chemische eigenschappen, rubriek 14 voor vervoer — in het format van Verordening (EU) 2020/878, en uit de documentatie van de fabrikant.
Gevarenindeling en -etikettering komen uit Verordening (EG) nr. 1272/2008. Dat is een apart regime naast het F-gasetiket: beide gegevens staan op dezelfde fles maar komen uit verschillende handelingen.
De verordening zegt ook niet of het gas bij een bepaalde installatie past. Capaciteit, drukken, olieverdraagbaarheid, temperatuurglijding en componentwaarden zijn engineeringvragen die de documentatie van de apparatuurfabrikant beantwoordt.
En bij een ontvlambaar koudemiddel komen de eisen aan opstelling, ventilatie, detectie en maximale vulling uit productnormen en nationale veiligheidseisen, niet uit de hierboven genoemde artikelen.
Checklist
- Het gebruikte GWP is de bindende kolomNiet de 20-jaarskolom, gemarkeerd als louter informatief.
- Het GWP-cijfer komt uit het productdocumentDe marge tot de 150-streep is maar enkele procenten.
- Vulling vastgelegd in kg en in ton CO2-equivalentHet cijfer dat het controle-interval bepaalt: ≈ 34,4 kg is 5 t CO2-eq.
- Controle-interval toegewezenArtikel 5, lid 6, met of zonder detectiesysteem.
- Apparatuuraankopen getoetst aan bijlage IVDe regels voor elk gefluoreerd broeikasgas raken het ook onder 150.
- Veiligheidsklasse bevestigd uit het veiligheidsinformatiebladA2L komt niet uit de verordening, maar uit productdocumentatie en normen.
- Etiket compleet op de flesAanduiding, gewicht, CO2-equivalent, GWP en de tekst uit Verordening (EU) 2024/2174.
- Installatieregister actueelArtikel 7, lid 1, vijf jaar bewaard.
- Veiligheidseisen ter plaatse gecontroleerd vóór de bestellingZij kunnen een ontvlambaar koudemiddel uitsluiten; bijlage IV tilt de grens dan naar 750.
Veelgestelde vragen
Wat is het GWP van R-454C?
Ongeveer 145,5, berekend volgens bijlage VI uit de nominale samenstelling 21,5 % R-32 en 78,5 % R-1234yf, met de bindende waarden 675 (bijlage I) en 0,501 (deel 1 van bijlage II). Bijlage VI staat ± 1 % gewichtstolerantie toe.
Mag ik na 2032 nog onderhoud doen met R-454C?
Ja, op GWP-gronden. Artikel 13, lid 5, verbiedt vanaf 1 januari 2032 bijlage I-gassen met een GWP van 750 of meer voor onderhoud aan stationaire koeling buiten chillers. Met ≈ 145,5 blijft R-454C daar ver onder, net als onder de drempel van 2 500 uit de leden 3 en 4.
Als het onder 150 zit, komt het dan nog in bijlage IV voor?
Ja. De regels voor elk gefluoreerd broeikasgas kennen geen GWP-grens en raken het wel: punt 2(b) vanaf 2026 voor huishoudelijke koelapparaten, de punten 7(c) en 8(c) vanaf 2032 voor chillers en zelfstandige apparatuur tot 12 kW, en punt 9(d) vanaf 2035 voor splitsystemen tot 12 kW.
Vanaf welke vulling beginnen de lekcontroles?
Vanaf 5 ton CO2-equivalent aan bijlage I-gassen, bij ≈ 145,5 dus ongeveer 34,4 kg. Let wel: artikel 5, lid 1, kent ook een drempel van 1 kilogram voor gassen uit deel 1 van bijlage II, en R-454C bestaat grotendeels uit zo'n gas. Bevestig de lezing bij je bevoegde autoriteit.
Waar staat dat R-454C A2L is?
Niet in de verordening. De veiligheidsklasse komt uit de documentatie van de fabrikant en uit het veiligheidsinformatieblad van het product. De verordening raakt ontvlambaarheid alleen via artikel 10, lid 5, punt e), dat verlangt dat de opleiding het veilig hanteren dekt van apparatuur met ontvlambare gassen.
Is R-454C als stof verboden?
Nee. De verordening verbiedt geen stoffen als zodanig. Zij beperkt het gebruik voor onderhoud boven bepaalde GWP-drempels in artikel 13 en het in de handel brengen van bepaalde apparatuur met die gassen in bijlage IV. Dat zijn verschillende dingen met verschillende data.
Officiële bronnen
De bijlagen I, II, IV en VI en de artikelen 5, 6, 7, 10, 11, 12 en 13 zijn rechtstreeks gelezen in de Publicatiebladtekst via het Bureau voor publicaties van de EU. De nominale samenstelling en de veiligheidsklasse komen uit de documentatie van de fabrikant, apart aangehaald.
Actualiteit van deze pagina en grenzen van de aansprakelijkheid
Dit is een pagina over de regelgevingsstatus, geen technisch gegevensblad en geen veiligheidsdocument. Zij bevat geen thermodynamische eigenschappen, geen vullinggrenzen voor ontvlambare koudemiddelen, geen ventilatie-eisen en geen toepassingsadviezen. Gebruik daarvoor het veiligheidsinformatieblad van het product, de documentatie van de apparatuurfabrikant en de geldende normen.
Algemene informatie van EgoLog op basis van de verordening en officieel materiaal van de Commissie. Het is geen juridisch advies en geen technische beoordeling.
Werk aan installaties met ontvlambare koudemiddelen wordt uitgevoerd door bekwame personen die gecertificeerd zijn op grond van artikel 10 van de verordening en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215. Bijlage IV kan worden gewijzigd en de Commissie kan tijdelijke uitzonderingen toestaan. Bevestig de geldende tekst voordat je commercieel op een datum vertrouwt.
