Het korte antwoord
Het hele quotumstelsel werkt in één eenheid: de ton CO2-equivalent. Artikel 3, punt 3, omschrijft die als het product van het gewicht van de broeikasgassen in metrieke ton en hun aardopwarmingsvermogen. Voor hoeveelheden in kilogram betekent dat in de praktijk:
kilogram x GWP / 1000 = ton CO2-equivalent. Het GWP is de waarde uit bijlage I voor zuivere stoffen en de volgens bijlage VI berekende waarde voor mengsels.
Drie keuzes maken van de formule een juiste uitkomst: je neemt de goede kolom uit bijlage I, je berekent het GWP van een mengsel apart, en je telt op per kalenderjaar in plaats van per zending.
Voor een snelle controle kun je de F-gassencalculator gebruiken, maar het cijfer blijft van jou: controleer het gebruikte GWP altijd aan de officiële tekst.
Geen cijfers over beschikbaar quotum, geen prijzen en geen schattingen van toewijzing. Ook de lekcontroledrempels van artikel 5 staan er niet in: die zijn eveneens in ton CO2-equivalent uitgedrukt maar beantwoorden een andere vraag en staan in de gids over de frequentie van lekcontroles. De hier getoonde GWP's van mengsels zijn berekend en niet aan bijlage I ontleend, want bijlage I noemt geen mengsels.
De formule en waar zij vandaan komt
Twee punten van artikel 3 bevatten alles wat je nodig hebt.
Aardopwarmingsvermogen of GWP betekent het klimaatopwarmingsvermogen van een broeikasgas ten opzichte van dat van kooldioxide, berekend als het aardopwarmingsvermogen over 100 jaar, tenzij anders bepaald, van één kilogram broeikasgas ten opzichte van één kilogram CO2, zoals vastgesteld in de bijlagen I, II, III en VI of, in het geval van mengsels, berekend overeenkomstig bijlage VI.
Ton CO2-equivalent betekent een hoeveelheid broeikasgassen, uitgedrukt als het product van het gewicht van de broeikasgassen in metrieke ton en hun aardopwarmingsvermogen.
Daaruit volgt de rekendiscipline:
- Je begint bij de nettomassa gas, niet bij het brutogewicht van de fles. Artikel 23, lid 3, punt c), eist opgave van de nettomassa van bulkgassen en van de in producten en apparatuur aanwezige gassen.
- Je rekent om naar metrieke ton, dus je deelt de kilogrammen door 1 000.
- Je vermenigvuldigt met het toepasselijke GWP.
- Voor quotum druk je de geaggregeerde uitkomst uit in ton CO2-equivalent, afgerond op de dichtstbijzijnde ton, zoals bijlage VII, punt 3, eist.
Wiskundig maakt de volgorde niet uit; wat uitmaakt is dat je de eenheden niet door elkaar haalt. Een uitkomst van 810 zonder eenheid zegt niets: 810 kg en 810 t CO2-eq zijn volstrekt verschillende dingen.
Bijlage I heeft twee kolommen. Slechts één is bindend
Dit is de fout met de grootste financiële gevolgen. De tabel van bijlage I heeft een kolom GWP en een kolom met het opschrift 20 years-GWP, for information purposes only, dus het GWP over 20 jaar uitsluitend ter informatie. De quotumberekening gebruikt de eerste.
| Stof | Bindend GWP (bijlage I) | Kolom over 20 jaar (informatief) |
|---|---|---|
| HFC-23 | 14 800 | 12 400 |
| HFC-32 (R-32) | 675 | 2 690 |
| HFC-125 | 3 500 | 6 740 |
| HFC-134a (R-134a) | 1 430 | 4 140 |
| HFC-143a | 4 470 | 7 840 |
| HFC-152a | 124 | 591 |
| HFC-227ea | 3 220 | 5 850 |
Het verschil is niet cosmetisch. Voor R-32 is de informatieve kolom ongeveer vier keer zo hoog als de bindende. Een berekening met de verkeerde kolom blaast het veronderstelde quotumbeslag op en kan een volkomen rechtmatige invoer onnodig laten stranden, of andersom een echte overschrijding verbergen.
Als de waarde die je voor R-32 gebruikt niet 675 is, stop dan en controleer uit welke kolom je haar hebt gehaald.
Rekenvoorbeelden: zuivere stof en mengsel
Voorbeeld 1 — zuiver gas. Je voert 1 200 kg R-32 in. Het GWP uit bijlage I is 675.
- 1 200 x 675 = 810 000
- 810 000 / 1 000 = 810 ton CO2-equivalent
Voorbeeld 2 — een mengsel. Mengsels staan niet afzonderlijk in bijlage I. Bijlage VI geeft de methode: een gewogen gemiddelde, afgeleid van de som van de gewichtsfracties van de afzonderlijke stoffen vermenigvuldigd met hun GWP, met inbegrip van stoffen die geen gefluoreerde broeikasgassen zijn, met een gewichtstolerantie van plus/min 1 %. Stoffen die niet in die bijlage staan krijgen standaard de waarde 0, en alleen emitteerbare componenten die grofweg dezelfde functie vervullen tellen mee.
Voor R-410A, naar massa samengesteld uit 50 % R-32 en 50 % R-125:
| Component | Massafractie | GWP (bijlage I) | Bijdrage |
|---|---|---|---|
| R-32 | 50 % | 675 | 337,5 |
| R-125 | 50 % | 3 500 | 1 750 |
| Berekend GWP van het mengsel | 2 087,5 | ||
Voor 500 kg R-410A: 500 x 2 087,5 / 1 000 = 1 043,75 t CO2-eq. Voor quotum eist bijlage VII, punt 3, afronding op de dichtstbijzijnde ton: 1 044 t CO2-eq.
Dezelfde methode voor R-404A, samengesteld uit 52 % R-143a, 44 % R-125 en 4 % R-134a: (0,52 x 4 470) + (0,44 x 3 500) + (0,04 x 1 430) = 2 324,4 + 1 540 + 57,2 = 3 921,6 berekend GWP.
De verordening geeft een eigen voorbeeld: een mengsel van 60 % dimethylether, 10 % HFC-152a en 30 % isobutaan. De berekening luidt (60 % x 1) + (10 % x 124) + (30 % x 0) en geeft een totaal-GWP van 13,0. Merk op dat dimethylether meetelt hoewel het geen gefluoreerd gas is, en dat isobutaan met waarde 0 meedoet.
Gebruik je het door de fabrikant berekende GWP van het etiket dat artikel 12, lid 3, en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2174 voorschrijven, controleer dan op welke samenstelling het berust. Iets andere samenstellingen geven iets andere GWP's, en de tolerantie van bijlage VI is plus/min 1 % op de massafractie.
Rekenvoorbeeld met voorgevulde apparatuur
Bij apparatuur wordt het gas net zo geteld, alleen begin je bij de fabrieksvulling van elke eenheid en tel je op over het jaar.
Voorbeeld 3. Je voert 300 warmtepompen in, elk met 1,8 kg R-32.
- Totale hoeveelheid: 300 x 1,8 = 540 kg R-32
- 540 x 675 / 1 000 = 364,5 ton CO2-equivalent
Die hoeveelheid moet op grond van artikel 19, lid 1, binnen het quotumstelsel worden verantwoord, via de machtiging tot quotumgebruik die in de gids over de invoer van voorgevulde apparatuur wordt beschreven.
Waar de grens van artikel 19, lid 6, ligt. Artikel 19 geldt niet voor ondernemingen die per jaar minder dan 10 ton CO2-equivalent in zulke producten of apparatuur in de handel brengen. Omgerekend naar kilogram gas hangt die grens af van het koudemiddel:
| Koudemiddel | Gebruikt GWP | Hoeveelheid die 10 t CO2-eq haalt |
|---|---|---|
| R-32 | 675 (bijlage I) | ongeveer 14,8 kg per jaar |
| R-410A | 2 087,5 (berekend) | ongeveer 4,8 kg per jaar |
| R-134a | 1 430 (bijlage I) | ongeveer 7,0 kg per jaar |
| R-404A | 3 921,6 (berekend) | ongeveer 2,5 kg per jaar |
Met andere woorden: in het voorbeeld hierboven is de grens bij de negende eenheid al gepasseerd. De Commissie omschrijft die drempel in haar eigen materiaal als de minimale hoeveelheid HFK in ingevoerde producten en apparatuur die door het quotumstelsel gedekt moet zijn.
Welke hoeveelheden meetellen en welke niet
Niet alles wat de grens passeert komt in de quotumberekening, en wat er wel in komt wordt per kalenderjaar geteld.
- Telt mee: in de handel gebrachte fluorkoolwaterstoffen, dus in het vrije verkeer gebracht in de Unie of voor het eerst geleverd of beschikbaar gesteld aan een ander in de Unie, zoals omschreven in artikel 3, punt 6.
- Buiten de quotumeis, op grond van artikel 16, lid 2: HFK's die worden ingevoerd om te worden vernietigd; die als grondstof worden gebruikt of rechtstreeks daarvoor worden geleverd; die rechtstreeks worden geleverd voor uitvoer uit de Unie, niet in producten of apparatuur en intussen aan niemand anders in de Unie beschikbaar gesteld; die rechtstreeks worden geleverd voor militaire uitrusting; die rechtstreeks worden geleverd voor het etsen van halfgeleidermateriaal of het reinigen van CVD-kamers.
- Wordt hoe dan ook aangegeven: artikel 23, lid 3, eist de nettomassa en de ton CO2-equivalent, zowel voor bulkgas als voor gas in producten en apparatuur en delen daarvan.
- Afronding: bijlage VII, punt 3, eist dat referentiewaarden en quotum worden berekend als geaggregeerde hoeveelheden van alle fluorkoolwaterstoffen, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, afgerond op de dichtstbijzijnde ton.
De rapportage kent eigen drempels. Artikel 26, lid 1, koppelt de jaarlijkse rapportage aan producenten, importeurs en exporteurs van fluorkoolwaterstoffen en, voor overige gefluoreerde broeikasgassen, aan hoeveelheden boven één metrieke ton of 100 ton CO2-equivalent. Artikel 26, lid 4, hanteert een drempel van 10 ton CO2-equivalent fluorkoolwaterstoffen in producten en apparatuur. Lees voor je eigen geval de tekst van artikel 26, want de drempels verschillen per categorie.
De fouten die steeds terugkeren
| Fout | Wat er gebeurt | Juiste aanpak |
|---|---|---|
| De kolom over 20 jaar van bijlage I gebruiken | De uitkomst wordt een veelvoud | De bindende kolom, het GWP over 100 jaar (artikel 3, punt 1) |
| Een mengsel als zuivere stof behandelen | Een GWP dat niet in bijlage I staat | De methode van het gewogen gemiddelde uit bijlage VI |
| Het brutogewicht van de fles gebruiken | Je geeft meer gas aan dan er is | De nettomassa, artikel 23, lid 3, punt c) |
| Per zending rekenen | Jaardrempels lijken onaangeroerd | Optellen per kalenderjaar |
| De drempels van artikel 5 met quotum verwarren | Twee verschillende plichtenpakketten lopen door elkaar | Artikel 5 gaat over lekcontroles bij geïnstalleerde apparatuur |
| Niet-gefluoreerde componenten van een mengsel negeren | Het GWP van het mengsel valt verkeerd uit | Bijlage VI eist dat ze meetellen, met de waarden uit die bijlage of 0 |
Nog een nuttige laatste controle: reken na met de F-gassencalculator en vergelijk. Verschillen de twee cijfers, dan gebruikt een ervan een ander GWP, en het verschil wijst precies aan waar je moet kijken.
Controlelijst voor de berekening
- Je hebt het exacte koudemiddel vastgesteld, niet alleen de familieR-32 en R-410A rekenen niet hetzelfde, hoewel beide difluormethaan bevatten.
- Het GWP komt uit de bindende kolom van bijlage IVoor R-32 is de waarde 675. De kolom over 20 jaar is als informatief aangeduid.
- Voor mengsels heb je de methode van bijlage VI toegepastHet gewogen gemiddelde van de massafracties, niet-gefluoreerde componenten inbegrepen.
- De gebruikte samenstelling komt overeen met het werkelijke productBijlage VI staat een gewichtstolerantie van plus/min 1 % toe.
- Je bent van de nettomassa uitgegaanArtikel 23, lid 3, punt c), eist de nettomassa van de gassen.
- Je hebt de kilogrammen door 1 000 gedeeld vóór het vermenigvuldigenArtikel 3, punt 3, rekent in metrieke ton.
- Je hebt alle zendingen van het kalenderjaar opgeteldDe drempels van artikel 19, lid 6, en artikel 26 zijn jaardrempels.
- Je hebt voor quotum op de dichtstbijzijnde ton afgerondBijlage VII, punt 3.
- Je hebt apart gecontroleerd of de apparatuur onder bijlage IV is toegestaanDe quotumberekening zegt niets over verhandelingsverboden.
- Je hebt de berekening bewaard met de bron van elk cijferDat helpt bij een controle en bij de documentatie die artikel 19, lid 2, vraagt.
Veelgestelde vragen
Waarom vind ik R-410A niet in bijlage I?
Omdat bijlage I stoffen opsomt en R-410A een mengsel is. Artikel 3, punt 1, verwijst voor mengsels uitdrukkelijk naar bijlage VI, en bijlage VI geeft de methode van het gewogen gemiddelde. Het resulterende GWP is berekend, niet uit een wettelijke tabel geciteerd.
Mag ik het GWP van het flesetiket gebruiken?
Ja, als het uit dezelfde methode komt. Artikel 12, lid 3, eist dat het etiket de hoeveelheid naar gewicht en in CO2-equivalent vermeldt, plus het GWP. Controleer toch op welke samenstelling het is berekend, want bijlage VI staat een tolerantie van plus/min 1 % op de massafracties toe.
Waar dient de kolom over 20 jaar in bijlage I voor?
Voor informatie. Het kolomopschrift zegt dat met zoveel woorden. Artikel 3, punt 1, omschrijft GWP als het vermogen over 100 jaar tenzij anders bepaald, dus berekeningen voor quotum, etikettering en drempels gebruiken de eerste kolom.
Hoe tel ik een gemengde zending flessen en apparatuur?
Apart, en voor de rapportage samen. Bulkgas valt onder de quotumeis van artikel 16, lid 1; gas in apparatuur valt onder artikel 19, lid 1, en wordt gedekt door een machtiging tot quotumgebruik. Artikel 23, lid 3, eist voor beide categorieën opgave van nettomassa en ton CO2-equivalent bij de douane.
Wordt er naar boven afgerond of op de dichtstbijzijnde ton?
Bijlage VII, punt 3, zegt afgerond op de dichtstbijzijnde ton, dus gewoon afronden en niet naar boven. De afronding geldt voor referentiewaarden en quotum, dus voor de geaggregeerde cijfers, niet voor elke tussenregel van de berekening.
Maakt het uit of het gas geregenereerd of gerecycled is?
Voor de formule niet: massa maal GWP blijft hetzelfde. Voor de geldende verplichtingen wel, want de verordening behandelt geregenereerd en gerecycled gas op meerdere plaatsen apart. Controleer het toepasselijke regime voordat je uit een gelijke berekening gelijke verplichtingen afleidt.
Vervangt de calculator op de site het lezen van de tekst?
Nee. De F-gassencalculator past dezelfde formule en dezelfde waarden toe, maar de verantwoordelijkheid voor het aangegeven cijfer blijft bij jou. Gebruik hem als kruiscontrole, niet als rechtsbron.
Officiële bronnen
Artikel 3, de artikelen 16, 19, 23 en 26 en de bijlagen I, VI en VII zijn rechtstreeks gelezen in de tekst van het Publicatieblad, opgehaald uit de CELLAR-opslag van het Publicatiebureau. De hierboven genoemde GWP-waarden komen uit de bindende kolom van bijlage I.
Actualiteit van deze pagina en aansprakelijkheid
De voorbeelden zijn illustratief en gebruiken gangbare samenstellingen. De werkelijke samenstelling van jouw product komt uit het technische gegevensblad en het flesetiket. GWP-waarden kunnen bij gedelegeerde handeling worden gewijzigd; controleer bijlage I in de versie die geldt op de datum van je berekening.
Algemene informatie van EgoLog op basis van de verordening en officieel materiaal van de Europese Commissie. Geen juridisch advies en geen vervanging van het raadplegen van de officiële tekst.
Het cijfer dat bij de douane en in de jaarrapportage wordt aangegeven blijft de verantwoordelijkheid van de aangevende onderneming. De gassen zelf worden gehanteerd door deskundig personeel dat is gecertificeerd op grond van artikel 10.
