Kort antwoord
De drempel van artikel 5, lid 1, is een controledrempel, geen algemene vrijstelling. Eronder vervallen twee dingen, en niet meer dan twee.
- De periodieke lekcontrole — artikel 5, lid 1, geldt voor apparatuur die 5 ton of meer CO2-equivalent van de in bijlage I vermelde gassen bevat, of 1 kg of meer van de in deel 1 van bijlage II vermelde gassen, voor zover die niet in schuimen zijn opgenomen.
- Het installatieregister — artikel 7, lid 1, is geschreven voor exploitanten van apparatuur „die op grond van artikel 5, lid 1, op lekken moet worden gecontroleerd”. Zonder controleplicht bestaat er onder dat lid geen registerplicht.
Wat blijft, is onder meer: het verbod op opzettelijke uitstoot (artikel 4, lid 1), de voorzorgsmaatregelen tegen onopzettelijke uitstoot (artikel 4, leden 3 en 4), reparatie zonder onnodige vertraging (artikel 4, lid 5, eerste alinea), terugwinning (artikel 8), certificering van personen en bedrijven (artikel 4, lid 7, en artikel 10), de aankoopregel (artikel 11, lid 6), het etiket (artikel 12) en de gebruiksverboden bij onderhoud (artikel 13).
Geen GWP-waarden van mengsels, geen nationale drempels, geen boetes, geen prijzen en geen levertijden. De GWP van mengsels wordt berekend volgens bijlage VI; deze pagina gebruikt alleen waarden uit bijlage I.
Waar de drempel precies ligt
Artikel 5, lid 1, eerste alinea, legt twee instapwaarden vast: 5 ton CO2-equivalent voor de in bijlage I vermelde gassen en 1 kilogram voor de in deel 1 van bijlage II vermelde gassen, in beide gevallen voor gas dat niet in schuimen is opgenomen.
De volgende alinea's van hetzelfde lid voegen afzonderlijke drempels toe die de eerste niet vervangen, maar bepaalde apparatuur uit de controleplicht halen:
- Hermetisch gesloten apparatuur wordt niet gecontroleerd, mits zij als hermetisch gesloten is geëtiketteerd en minder dan 10 ton CO2-equivalent van bijlage I-gassen of minder dan 2 kg van gassen uit deel 1 van bijlage II bevat.
- Hermetisch gesloten apparatuur in residentiële gebouwen wordt niet gecontroleerd indien zij minder dan 3 kg gefluoreerde broeikasgassen bevat en als hermetisch gesloten is geëtiketteerd — een afwijking van de voorgaande alinea.
- Elektrische schakelinrichtingen worden niet gecontroleerd als zij een getest lekkagepercentage van minder dan 0,1 % per jaar hebben en dienovereenkomstig zijn geëtiketteerd, als zij zijn uitgerust met een druk- of dichtheidsbewakingsinrichting met automatisch waarschuwingssysteem, of als zij minder dan 6 kg bijlage I-gassen bevatten.
De etiketvoorwaarde is geen franje: bij hermetisch gesloten apparatuur werkt de uitzondering alleen als de apparatuur als zodanig is geëtiketteerd. De details staan in de gids over hermetisch gesloten apparatuur.
Wat onder de drempel wegvalt
| Verplichting | Grondslag | Waarom zij wegvalt |
|---|---|---|
| Periodieke lekcontrole | Artikel 5, leden 1 en 6 | Lid 1 geldt alleen boven de drempel; de tussenpozen van lid 6 veronderstellen de plicht van lid 1 |
| Installatieregister | Artikel 7, lid 1 | Geschreven voor apparatuur die op grond van artikel 5, lid 1, moet worden gecontroleerd |
| Bewaring van gegevens en kopieën gedurende vijf jaar | Artikel 7, lid 2 | Verwijst naar de gegevens uit lid 1 |
| Verificatiecontrole 24 uur tot 1 maand na de reparatie | Artikel 4, lid 5, tweede alinea | De alinea begint met „indien de apparatuur op grond van artikel 5, lid 1, op lekken moet worden gecontroleerd” |
| Lekkagedetectiesysteem | Artikel 6, leden 1 en 2 | Geldt vanaf 500 ton CO2-equivalent of 100 kg, dus zeker niet onder 5 ton |
Let op de tweede rij: onder de drempel vervalt niet alleen de controle, maar ook de plicht iets vast te leggen dat niet langer verplicht is. Dat betekent niet dat je niets mág vastleggen; het betekent alleen dat artikel 7, lid 1, het niet oplegt.
Voor de tussenpozen boven de drempel, zie frequentie van lekcontroles; voor detectiesystemen, wanneer zij verplicht zijn.
Wat blijft, ongeacht de vulling
De rest van de verordening kent geen vullingsdrempel. Dit zijn de verplichtingen die ook gelden voor een toestel met een paar honderd gram.
- Het verbod op opzettelijke uitstoot — artikel 4, lid 1, eerste alinea. Er is geen minimumhoeveelheid waaronder uitstoot toegestaan raakt.
- Voorzorgsmaatregelen tegen onopzettelijke uitstoot — artikel 4, lid 3, voor exploitanten, fabrikanten en ondernemingen die de apparatuur tijdens vervoer of opslag onder zich hebben; artikel 4, lid 4, voor productie, opslag, vervoer en overtappen.
- Reparatie zonder onnodige vertraging — artikel 4, lid 5, eerste alinea, zodra lekkage wordt vastgesteld.
- Terugwinning — artikel 8, lid 1, geldt zonder drempel voor exploitanten van apparatuur die niet in schuimen opgenomen gefluoreerde broeikasgassen bevat, voor de in de leden 2 en 3 genoemde categorieën. Artikel 8, lid 7, voegt de terugwinning van restgas uit een houder vóór verwijdering toe.
- Certificering — artikel 4, lid 7, en artikel 10, lid 1, noemen soorten apparatuur, geen vullingsgroottes. Een klein toestel uit de categorieën van artikel 5, lid 2, punten a) tot en met f), blijft werk voor gecertificeerd personeel.
- Aankoop van het gas — artikel 11, lid 6, koppelt het aankooprecht aan het certificaat, eveneens per soort apparatuur.
- Verkoop van gevulde, niet-hermetisch gesloten apparatuur — artikel 11, lid 7, verlangt bewijs dat een gecertificeerde onderneming installeert.
- Het etiket — artikel 12, leden 1, 3 en 4, geldt bij het in de handel brengen en bij levering, zonder vullingsdrempel.
- De gebruiksverboden bij onderhoud en service — artikel 13, leden 3, 4 en 5, die op GWP werken, niet op hoeveelheid. Zie onderhoudsverboden.
Waar de drempel in kilogrammen ligt
De drempel staat in ton CO2-equivalent, maar op locatie wordt in kilogrammen gewerkt. De omrekening werkt beide kanten op: kg × GWP ÷ 1000 = ton CO2-equivalent. De tabel toont bij welke massa 5 ton wordt bereikt voor enkele zuivere stoffen uit bijlage I, met de kolom die de bijlage zelf bindend maakt.
| Stof (bijlage I) | GWP | Massa bij 5 ton CO2-equivalent |
|---|---|---|
| HFC-32 | 675 | ongeveer 7,4 kg |
| HFC-134a | 1 430 | ongeveer 3,5 kg |
| HFC-125 | 3 500 | ongeveer 1,43 kg |
| HFC-143a | 4 470 | ongeveer 1,12 kg |
Twee voorbeelden: een toestel met 1,5 kg HFC-32 bevat 1,0125 ton CO2-equivalent en zit dus onder de drempel. Een toestel met 3,5 kg HFC-134a bevat 5,005 ton, zit erboven en valt onder de controleplicht.
R-410A, R-404A, R-448A en de andere mengsels staan niet afzonderlijk in bijlage I. Hun GWP wordt volgens bijlage VI berekend als massagewogen gemiddelde. Gebruik niet de GWP van één bestanddeel voor het mengsel.
Hoe de grens ongemerkt wordt gepasseerd
De drempel slaat op wat de apparatuur bevat, niet op wat zij bij ingebruikname bevatte. Drie situaties tillen een toestel over de drempel zonder dat iemand een uitdrukkelijk besluit neemt.
- Herhaald bijvullen. Groeit de vulling, dan groeit het CO2-equivalent mee. Herbereken na elke toevoeging.
- Wissel van koudemiddel. Een ombouw naar een gas met hogere GWP kan een toestel bij dezelfde massa boven 5 ton brengen. Andersom kan overstappen op een laag-GWP-gas een installatie uit de plicht halen.
- Uitbreiding van de installatie. Een groter circuit betekent een grotere vulling; de drempel geldt voor de apparatuur zoals zij na de wijziging werkt.
In de praktijk kost de berekening niets en doe je haar één keer, aan het eind van de klus. Het resultaat in je eigen dossier noteren, ook al eist artikel 7, lid 1, dat onder de drempel niet, is wat je later laat aantonen waarom geen controles zijn ingepland. De opbouw van een volledig blad staat in het F-gas-installatieregister.
Veelgemaakte fouten
- „Onder de drempel geldt niets.” De artikelen 4, 8, 10, 11, 12 en 13 gelden wel. Alleen de periodieke controle en het daaraan gekoppelde register vallen weg.
- „Het is klein, dat mag iedereen doen.” Artikel 10, lid 1, punt a), noemt soorten apparatuur, geen groottes.
- De kilogramdrempel toepassen op een bijlage I-gas. Voor bijlage I geldt de drempel in ton CO2-equivalent; kilogrammen zijn de drempel voor deel 1 van bijlage II.
- De hermetische uitzondering inroepen zonder etiket. Artikel 5, lid 1, tweede alinea, eist uitdrukkelijk etikettering als hermetisch gesloten apparatuur.
- GWP uit de verkeerde kolom. Bijlage I heeft twee kolommen; de tweede is aangeduid als louter informatief.
- Gas afblazen „omdat het toch weinig was”. Het verbod van artikel 4, lid 1, kent geen hoeveelheidsgrens.
Checklist voor een kleine installatie
- Je hebt het CO2-equivalent van de huidige vulling berekendkg × GWP ÷ 1000, met de GWP uit de bindende kolom van bijlage I of berekend volgens bijlage VI voor mengsels.
- Je weet in welke bijlage het gas staatBijlage I wordt in ton CO2-equivalent gemeten, deel 1 van bijlage II in kilogrammen.
- Je hebt gecontroleerd of de apparatuur hermetisch gesloten en als zodanig geëtiketteerd isArtikel 5, lid 1, tweede en derde alinea.
- De uitkomst van de berekening staat ergens genoteerdOnder de drempel niet verplicht, maar het enige bewijs dat controles niet verschuldigd zijn.
- Het werk wordt door gecertificeerd personeel verrichtArtikel 4, lid 7, en artikel 10, lid 1; de lijst werkt met soorten apparatuur.
- Het gas is gekocht conform artikel 11, lid 6Certificaat, of onderneming die gecertificeerde personen in dienst heeft.
- Voor buitengebruikstelling staat terugwinning ingeplandArtikel 8, leden 1, 2 en 3, zonder vullingsdrempel.
- Gas met hoge GWP wordt niet gebruikt waar artikel 13 dat verbiedtArtikel 13, leden 3, 4 en 5, werken op GWP.
Veelgestelde vragen
Hoeft een toestel onder 5 ton CO2-equivalent nooit te worden gecontroleerd?
Het heeft geen periodieke plicht uit artikel 5, lid 1. De plicht uit artikel 4, lid 3, om alle technisch en economisch haalbare maatregelen te nemen om lekkage tot een minimum te beperken blijft gelden, en bij vastgestelde lekkage ook de reparatie zonder onnodige vertraging uit artikel 4, lid 5, eerste alinea.
Moet ik een register bijhouden voor apparatuur onder de drempel?
Artikel 7, lid 1, verlangt dat niet, omdat het geschreven is voor apparatuur die op grond van artikel 5, lid 1, moet worden gecontroleerd. Aan de handelskant kunnen andere registers blijven gelden, bijvoorbeeld artikel 7, lid 3, voor leveranciers van gas en lid 4 voor verkopers van niet-hermetisch gesloten apparatuur.
Mag niet-gecertificeerd personeel aan een klein toestel werken?
Niet als het toestel in een van de genoemde categorieën valt. Artikel 10, lid 1, punt a), verwijst naar artikel 5, lid 2, punten a) tot en met f), en artikel 5, lid 3, punten a) en b) — dus naar soorten apparatuur, zonder vullingsdrempel.
Moet een hermetisch gesloten toestel van 2 kg met een bijlage I-gas worden gecontroleerd?
Dat hangt af van het CO2-equivalent en van de etikettering. Is het als hermetisch gesloten geëtiketteerd en bevat het minder dan 10 ton CO2-equivalent bijlage I-gassen, dan haalt de tweede alinea van artikel 5, lid 1, het uit de controleplicht. Zonder dat etiket geldt de uitzondering niet.
Wat gebeurt er als ik bijvul en over de drempel ga?
Vanaf dat moment geldt artikel 5, lid 1, met de bijbehorende tussenpoos uit lid 6, en daarmee de registerplicht van artikel 7, lid 1. Herbereken het CO2-equivalent na elke bijvulling, voordat je de locatie verlaat.
Mag ik de rest uit een bijna lege fles afblazen?
Nee. Artikel 4, lid 1, verbiedt opzettelijke uitstoot wanneer die voor het beoogde gebruik technisch niet noodzakelijk is, en artikel 8, lid 7, verlangt dat een onderneming die een houder gebruikt, onmiddellijk vóór verwijdering de terugwinning van restgassen regelt.
Officiële bronnen
De bovenstaande drempels, tussenpozen en lijsten zijn gelezen in de tekst van het Publicatieblad, inclusief bijlage I.
Actualiteit van deze gids en grenzen van de aansprakelijkheid
Deze pagina legt de controledrempel van Verordening (EU) 2024/573 uit en de verplichtingen die er niet van afhangen. Zij bevat geen GWP-waarden van mengsels, geen nationale regels en vervangt het lezen van bijlage I voor het gas dat werkelijk in je installatie zit niet.
Algemene informatie, opgesteld door EgoLog op basis van de verordening en officieel materiaal van de Europese Commissie. Het is geen juridisch advies.
Werk aan circuits met gefluoreerde broeikasgassen mag uitsluitend worden verricht door gecertificeerde personen, onder de voorwaarden van artikel 10, hoe klein de vulling ook is.
