Ga naar de inhoud
Verplichtingen tijdens het werk

F-gascertificaat: geldigheid, opfriscursus en erkenning in de EU

Een F-gascertificaat heeft in de verordening geen vervaldatum. Wel een opfrisklok, een bijwerkvoorwaarde voor oudere certificaten en een erkenningsregel die in elke lidstaat werkt. Deze pagina volgt artikel 10 van Verordening (EU) 2024/573 en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 zoals die geschreven zijn.

Gecontroleerd aan officiële bronnenLaatst gecontroleerd: 22 september 202611 min leestijd
Bestaande certificatenBlijven geldig

Artikel 10, lid 9, eerste zin: onder de voorwaarden waaronder zij oorspronkelijk zijn afgegeven.

OpfriscyclusTen minste om de 7 jaar

Artikel 10, lid 9; de lidstaten moesten dit uiterlijk 12 maart 2027 geregeld hebben.

Eerste deelnameUiterlijk 12 maart 2029

Voor houders van een certificaat of attest afgegeven onder Verordening (EU) nr. 517/2014.

ErkenningVerplicht tussen lidstaten

Artikel 10, lid 10, tweede alinea; voorwaarden in artikel 9 van Verordening (EU) 2024/2215.

Kort antwoord

Drie zinnen beantwoorden de meeste vragen over hoe lang een F-gascertificaat meegaat.

  • Bestaande certificaten vervallen niet. Artikel 10, lid 9, eerste zin, van Verordening (EU) 2024/573: bestaande certificaten en opleidingsattesten die zijn afgegeven overeenkomstig Verordening (EU) nr. 517/2014 blijven geldig, in overeenstemming met de voorwaarden waaronder zij oorspronkelijk zijn afgegeven.
  • Er is een opfrisklok, geen vervaldatum. Uiterlijk op 12 maart 2027 zorgen de lidstaten ervoor dat gecertificeerde natuurlijke personen verplicht zijn ten minste om de zeven jaar aan opfriscursussen deel te nemen of een evaluatieprocedure zoals bedoeld in lid 3 te voltooien. Houders van documenten uit Verordening (EU) nr. 517/2014 doen dat voor het eerst uiterlijk op 12 maart 2029.
  • Het certificaat reist mee. Artikel 10, lid 10, tweede alinea: lidstaten erkennen certificaten en opleidingsattesten die in een andere lidstaat zijn afgegeven en beperken de vrijheid om diensten te verrichten of de vrijheid van vestiging niet omdat een certificaat in een andere lidstaat is afgegeven.

De praktische voorwaarde voor oudere certificaten staat in artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215: houders van categorie I en II mogen ze alleen blijven gebruiken als zij hun kennis en vaardigheden bijwerken tot het niveau dat voor respectievelijk certificaat A1 en A2 wordt verlangd.

Wat op deze pagina niet staat

Geen tarieven, geen examenkalenders, geen namen van nationale certificeringsinstanties en geen nationale verlengingsprocedures, want die stelt elke lidstaat zelf vast en ze staan niet in de Europese tekst. Ook de tabel met certificaattypen wordt hier niet herhaald; die staat in de gids over de F-gas-certificaatcategorieën.

Wat een certificaat op papier geldig maakt

Een certificaat is geen aanwezigheidsbriefje. Artikel 10, lid 7, van de verordening bepaalt dat certificaten uit de in lid 3 bedoelde certificeringsprogramma's worden afgegeven op voorwaarde dat de aanvrager een evaluatieprocedure met succes heeft doorlopen. Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 maakt dat concreet: artikel 4, lid 1, verlangt een theoretisch en praktisch examen, georganiseerd door een evaluatie-instantie, dat de minimale vaardigheden en kennis van bijlage I voor het betrokken certificaat bestrijkt.

Artikel 4, lid 2, van diezelfde uitvoeringsverordening somt op wat het certificaat van een natuurlijke persoon ten minste moet bevatten:

  • de naam van de certificeringsinstantie, de volledige naam van de houder, een certificaatnummer en de vervaldatum, indien van toepassing;
  • het type certificaat als bedoeld in artikel 3, lid 2, en de vermelding van de activiteiten die de houder mag verrichten, alsook het type apparatuur;
  • de datum van afgifte en de handtekening van de afgever.

Die woorden, "indien van toepassing", zijn het scharnierpunt van deze hele pagina: het Unierecht schrijft geen geldigheidsduur voor. Staat op uw certificaat een vervaldatum, dan komt die uit het nationale recht of uit de praktijk van de afgevende instantie, niet uit de verordening.

Voor rechtspersonen verlangt artikel 6, lid 1, dat de onderneming voldoende gecertificeerde natuurlijke personen in dienst heeft voor het verwachte volume aan activiteiten en aantoont dat de nodige gereedschappen en procedures beschikbaar zijn. Artikel 6, lid 2, verlangt vermelding van de toegestane activiteiten en, waar relevant, van de vullimiet in kilogram.

De certificeringsinstantie is onafhankelijk en onpartijdig, hanteert procedures voor afgifte, schorsing en intrekking van certificaten en houdt gegevens bij waarmee de status van een houder ten minste vijf jaar kan worden geverifieerd (artikel 7, leden 1 tot en met 3). Een certificaat kan dus worden geschorst of ingetrokken: geldigheid is niet iets wat het verstrijken van tijd alleen beschermt.

Certificaten afgegeven onder Verordening 517/2014

Verordening (EU) nr. 517/2014 is ingetrokken bij artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2024/573, en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2067 bij artikel 11 van Verordening (EU) 2024/2215. Het intrekken van de besluiten maakt de op grond daarvan afgegeven documenten niet ongeldig.

Artikel 10, lid 9, eerste zin, is uitdrukkelijk: bestaande certificaten en opleidingsattesten blijven geldig in overeenstemming met de voorwaarden waaronder zij oorspronkelijk zijn afgegeven. Een in 2019 afgegeven certificaat van categorie II blijft dus een geldig certificaat.

Artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 koppelt daar wel een inhoudelijke voorwaarde aan. De lidstaten zorgen ervoor dat de opfriscursussen of evaluatieprocedures de praktische vaardigheden en theoretische kennis van bijlage I bij die verordening aantonen, en daartoe geldt:

Oud certificaat (2015/2067)Niveau waarnaar de kennis moet worden gebrachtRechtsgrondslag
Categorie ICertificaat A1Artikel 10, punt a), van Verordening (EU) 2024/2215
Categorie IICertificaat A2Artikel 10, punt a), van Verordening (EU) 2024/2215
Categorie IIICertificaat DArtikel 10, punt b), van Verordening (EU) 2024/2215
Categorie IVCertificaat EArtikel 10, punt c), van Verordening (EU) 2024/2215

De tekst zegt dat houders die certificaten alleen mogen blijven gebruiken als zij hun kennis en vaardigheden naar het aangegeven niveau tillen. Die bijwerking is geen formaliteit: de nieuwe inhoud omvat onder meer het veilig omgaan met apparatuur die brandbare of giftige gassen bevat, en maatregelen voor energie-efficiëntie, genoemd in artikel 10, lid 5, punten e) en f), van de verordening.

Wat elk van de zes certificaattypen A1, A2, B, C, D en E toestaat, legt de gids over certificaatcategorieën uit. Deze pagina gaat alleen over tijd en erkenning.

De opfrisklok: drie data

Artikel 10, lid 9, bevat drie termijnen die vaak door elkaar worden gehaald. Hier staan ze precies zoals ze geschreven zijn.

DatumTot wie de verplichting is gerichtWat de tekst verlangt
12 maart 2027Tot de lidstatenErvoor zorgen dat gecertificeerde natuurlijke personen verplicht zijn aan opfriscursussen deel te nemen of een evaluatieprocedure te voltooien
Ten minste om de 7 jaarTot gecertificeerde natuurlijke personenHet minimumritme van de opfriscursus of de evaluatieprocedure
12 maart 2029Tot houders van een certificaat of attest uit Verordening (EU) nr. 517/2014De eerste deelname aan zo'n cursus of de eerste voltooiing van zo'n procedure

Let op de geadresseerde van elke verplichting. De termijn van 2027 richt zich tot de lidstaat, niet tot de monteur: tegen die tijd moet de staat de regel hebben ingevoerd. De termijn van 2029 richt zich rechtstreeks tot wie al een ouder document heeft.

De tekst zegt niet "het certificaat vervalt als u niet deelneemt". Hij zegt dat de lidstaten ervoor zorgen dat gecertificeerde personen verplicht zijn deel te nemen. Het gevolg van niet deelnemen is dus een zaak van nationaal recht en van de beslissing van de certificeringsinstantie, die op grond van artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2024/2215 procedures voor schorsing en intrekking hanteert. Welke sancties kunnen volgen, staat in de gids over sancties.

Nog een kalenderpunt verklaart waarom de nationale programma's pas onlangs zijn veranderd: artikel 10, lid 8, verplichtte de Commissie de minimumvoorschriften uiterlijk op 12 maart 2026 bij uitvoeringshandelingen vast te stellen. De handeling is eerder vastgesteld, op 6 september 2024, bekendgemaakt op 9 september 2024, en trad volgens artikel 12 van die verordening in werking op de twintigste dag na de bekendmaking. Artikel 10, leden 3, 4 en 10, koppelt daaraan een termijn van één jaar voor de lidstaten: certificeringsprogramma's opzetten of aanpassen en de Commissie daarvan in kennis stellen.

Werken in een andere lidstaat

De basisregel staat in de verordening, de voorwaarden in de uitvoeringsverordening. Beide moeten samen worden gelezen.

Artikel 10, lid 10, tweede alinea

Lidstaten erkennen certificaten en opleidingsattesten die overeenkomstig dit artikel in een andere lidstaat zijn afgegeven. Zij beperken de vrijheid om diensten te verrichten of de vrijheid van vestiging niet omdat een certificaat in een andere lidstaat is afgegeven.

Artikel 9 van Verordening (EU) 2024/2215 voegt drie werkbare precisies toe:

  • Lid 1 begrenst het voorwerp. De wederzijdse erkenning geldt alleen voor certificaten die overeenkomstig artikel 4 (natuurlijke personen) en artikel 6 (rechtspersonen) zijn afgegeven, voor de in die certificaten vermelde activiteiten. Een certificaat reikt niet verder dan de genoemde activiteiten.
  • Lid 2 verbiedt drempels. De lidstaten leggen houders van in een andere lidstaat afgegeven certificaten geen evaluatie of ander soort beoordelingsprocedure op, en evenmin onevenredige administratieve eisen, noch voor de erkenning, noch voor de toegang tot werk in de vermelde activiteiten.
  • Lid 3 laat één formaliteit toe. De lidstaten mogen houders van een in een andere lidstaat afgegeven certificaat om een vertaling van dat certificaat in een andere officiële taal van de Unie vragen. Dat is de enige uitdrukkelijk toegestane formaliteit.

Er is nog een bijzonder geval. Artikel 10, lid 13, van de verordening bepaalt dat, ingeval de verplichtingen inzake certificering en opleiding voor een lidstaat tot buitensporige lasten zouden leiden vanwege de geringe bevolkingsomvang en het daaruit voortvloeiende gebrek aan vraag, de naleving kan plaatsvinden via de erkenning van in andere lidstaten afgegeven certificaten. De lidstaat geeft daarvan kennis aan de Commissie, die vervolgens de andere lidstaten inlicht.

Ten slotte laat artikel 10, lid 14, de lidstaten vrij om meer certificerings- en opleidingsprogramma's in te stellen voor andere apparatuur en activiteiten dan die van lid 1. Die extra programma's vallen niet onder het erkenningsmechanisme van artikel 9 van de uitvoeringsverordening, omdat dat artikel alleen certificaten op grond van de artikelen 4 en 6 dekt.

Wat uw certificaat niet dekt

Een geldig certificaat is geen algemene vergunning. De grenzen staan op het certificaat zelf en in de besluiten erachter.

  • De vermelde activiteiten. Artikel 4, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2024/2215 verlangt vermelding van de toegestane activiteiten en het type apparatuur. Artikel 9, lid 1, beperkt de erkenning tot diezelfde activiteiten.
  • De vullimieten. Certificaat A2 dekt de activiteiten van artikel 2, lid 1, voor apparatuur met een vulling van minder dan 3 kilogram of, bij als zodanig geëtiketteerde hermetisch gesloten systemen, minder dan 6 kilogram, op grond van artikel 3, lid 2, punt b). Dezelfde drempels gelden voor certificaat D in artikel 3, lid 2, punt e).
  • Certificaat en attest zijn niet hetzelfde. Artikel 10, lid 1, tweede alinea, van de verordening verlangt slechts een opleidingsattest voor onderhoud, service of reparatie van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen die onder Richtlijn 2006/40/EG vallen, voor terugwinning uit apparatuur als bedoeld in artikel 8, lid 3, punten b) en c), en voor de mobiele apparatuur van artikel 5, lid 3, punt c).
  • Fabricage valt erbuiten. Artikel 2, lid 3, van Verordening (EU) 2024/2215 bepaalt dat die verordening niet geldt voor fabricageactiviteiten op de vestiging van de fabrikant van de apparatuur.
  • Sommig werk vergt geen certificaat, wel toezicht. Artikel 3, lid 3, punt a), zondert hardsolderen, zachtsolderen of lassen van onderdelen van een systeem uit, mits de persoon de nationaal vereiste kwalificatie bezit en onder toezicht staat van een houder van het certificaat dat de activiteit dekt en die volledig verantwoordelijk is voor de correcte uitvoering.
  • Leerlingen hebben een termijn. Artikel 3, lid 4, staat de activiteiten zonder certificaat toe als de persoon is ingeschreven voor een opleiding voor dat certificaat en werkt onder toezicht van een gecertificeerde persoon; de afwijking geldt voor perioden van in totaal ten hoogste 24 maanden.

Over wat het certificaat betekent bij aankoop, zie wie koudemiddel mag kopen.

Uitbesteden, inkopen en registers

Het certificaat telt op drie plaatsen buiten de werkplek, en op alle drie moet het nummer beschikbaar zijn.

  • Bij het doorgeven van werk. Artikel 10, lid 12, van de verordening: een onderneming wijst een in lid 1 of lid 2 bedoelde activiteit pas aan een andere onderneming toe nadat zij heeft vastgesteld dat die laatste de nodige certificaten bezit. Die controle is een plicht van de uitbestedende partij, geen beleefdheid.
  • Bij het kopen van gas. Artikel 11, lid 6, staat de aankoop van de in bijlage I of in deel 1 van bijlage II vermelde gassen alleen toe aan natuurlijke personen met het certificaat als bedoeld in artikel 10, lid 1, eerste alinea, punt a), of aan ondernemingen die zulke personen of personen met een opleidingsattest in dienst hebben. Verkopers verkopen die gassen, direct of indirect, uitsluitend aan die ondernemingen. De details staan in de gids over verkoop aan servicebedrijven.
  • Bij het invullen van het installatieregister. Artikel 7, lid 1, punt e), verlangt vermelding van de onderneming die de apparatuur heeft geïnstalleerd, onderhouden, van service voorzien en, in voorkomend geval, koudemiddel heeft teruggewonnen, gerepareerd, op lekken gecontroleerd of buiten bedrijf gesteld, met, in voorkomend geval, het nummer van haar certificaat, en bij rechtspersonen zowel de gegevens van de onderneming als van de uitvoerende natuurlijke persoon. De volledige inhoud staat in de gids over het installatieregister.

Artikel 7, lid 2, verlangt van de exploitant en van de uitvoerende ondernemingen dat zij de gegevens, respectievelijk kopieën daarvan, ten minste vijf jaar bewaren, tenzij ze zijn opgeslagen in een door de bevoegde autoriteiten opgezette databank. Aan de certificeringszijde verlangt artikel 7, lid 3, van Verordening (EU) 2024/2215 van de certificeringsinstantie dat zij de gegevens waarmee de status van een houder kan worden geverifieerd eveneens minimaal vijf jaar bewaart. De twee termijnen staan los van elkaar, maar overlappen nuttig wanneer een autoriteit een oude opdracht nakijkt.

Controlelijst

  • Lees het certificaattype, niet alleen de naamArtikel 4, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2024/2215 verlangt vermelding van activiteiten en apparatuurtype. Daar staat de reikwijdte.
  • Kijk of er een vervaldatum op staatArtikel 4, lid 2, punt a), verlangt die alleen indien van toepassing. Staat er een, dan komt die uit nationaal recht of uit de praktijk van de afgever.
  • Zet 12 maart 2029 in de agenda voor oude documentenArtikel 10, lid 9: eerste deelname aan de opfriscursus of eerste voltooiing van de evaluatieprocedure.
  • Plan het ritme van zeven jaarArtikel 10, lid 9: ten minste om de zeven jaar, volgens de regel die elke lidstaat uiterlijk 12 maart 2027 moest invoeren.
  • Bevestig voor categorie I tot en met IV het bijwerkniveauArtikel 10, punten a) tot en met c), van Verordening (EU) 2024/2215: A1, A2, D of E afhankelijk van de oude categorie.
  • Bereid vóór werk in het buitenland een vertaling voorArtikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2024/2215 staat de gaststaat toe een vertaling in een andere officiële taal van de Unie te vragen.
  • Wijs eisen tot herexamen afArtikel 9, lid 2, verbiedt evaluaties en onevenredige administratieve eisen voor certificaten uit andere lidstaten.
  • Controleer het certificaat van de onderaannemer vóór ondertekeningArtikel 10, lid 12, van de verordening verlangt voorafgaande vaststelling.
  • Noteer het certificaatnummer in het installatieregisterArtikel 7, lid 1, punt e), van de verordening.
  • Bewaar de bewijzen vijf jaarArtikel 7, lid 2, van de verordening voor de installatiegegevens; artikel 7, lid 3, van Verordening (EU) 2024/2215 voor de certificeringsinstantie.

Veelgestelde vragen

Is mijn certificaat van categorie II nog geldig?

Ja. Artikel 10, lid 9, eerste zin, van Verordening (EU) 2024/573 bepaalt dat bestaande certificaten die zijn afgegeven overeenkomstig Verordening (EU) nr. 517/2014 geldig blijven onder de oorspronkelijke voorwaarden. Artikel 10, punt a), van Verordening (EU) 2024/2215 voegt daar de voorwaarde aan toe dat u uw kennis en vaardigheden bijwerkt tot het niveau van certificaat A2 om het te blijven gebruiken.

Moet ik het hele examen opnieuw doen?

De tekst verlangt geen volledig nieuw examen. Artikel 10, lid 9, spreekt over deelname aan opfriscursussen of het voltooien van de evaluatieprocedure van lid 3. Welke van beide geldt, en in welke vorm, beslist de lidstaat in zijn certificeringsprogramma.

Mag een andere lidstaat mij een plaatselijke toets opleggen?

Niet voor de in het certificaat vermelde activiteiten. Artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) 2024/2215 verbiedt elke evaluatie of ander soort beoordelingsprocedure en onevenredige administratieve eisen. De enige uitdrukkelijk toegestane formaliteit is de vertaling, in artikel 9, lid 3.

Mijn bedrijf is gecertificeerd. Heb ik dan nog een persoonlijk certificaat nodig?

Ja, het zijn twee verschillende documenten. Artikel 10, lid 1, van de verordening richt zich tot natuurlijke personen en lid 2 tot rechtspersonen. Artikel 6, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2024/2215 maakt het bedrijfscertificaat zelfs afhankelijk van voldoende gecertificeerde natuurlijke personen in dienst.

Mag een leerling zonder certificaat werken?

Artikel 3, lid 4, van Verordening (EU) 2024/2215 staat dat toe als de persoon is ingeschreven voor een opleiding voor het certificaat dat de activiteit dekt en werkt onder toezicht van een gecertificeerde persoon die volledig verantwoordelijk is voor de correcte uitvoering. De afwijking geldt voor perioden van in totaal ten hoogste 24 maanden.

Wat gebeurt er als ik zonder het juiste certificaat werk?

De verordening laat de sancties aan de lidstaten. Artikel 31, lid 1, verplicht hen regels inzake sancties vast te stellen en die vóór 1 januari 2026 aan de Commissie mee te delen; lid 3 somt de soorten sancties op. Onze pagina over F-gas-sancties legt de structuur uit, zonder nationale bedragen.

Officiële bronnen

Artikel 10 van de verordening is volledig gelezen, lid voor lid, samen met de uitvoeringsverordening over certificering. De ingetrokken besluiten worden alleen aangehaald omdat de geldende teksten ernaar terugverwijzen.

Actualiteit van deze pagina en aansprakelijkheid

Lees dit

Deze pagina geeft weer wat het Unierecht zegt over de geldigheid en erkenning van certificaten. De regels over de afgevende instantie, de concrete inhoud van de opfriscursus, eventuele tarieven en de gevolgen van niet deelnemen zijn nationaal en staan niet in de Europese teksten. Vraag ze na bij de bevoegde autoriteit van uw lidstaat.

Algemene informatie van EgoLog op basis van Verordening (EU) 2024/573 en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215. Geen juridisch advies en geen vervanging van een schriftelijke bevestiging van uw certificeringsinstantie.

Voer geen werkzaamheden uit die verder gaan dan de activiteiten en apparatuurtypen op uw certificaat. Werken met koudemiddelen onder druk, of met brandbare of giftige koudemiddelen, brengt risico's mee die alleen met de juiste bekwaamheid en uitrusting beheersbaar zijn.

Verwante gidsen

Verplichtingen tijdens het werk

Koelwagens en koelaanhangwagens: de F-gasplichten van de exploitant

Wat de exploitant van een transportkoeleenheid moet doen: drempels, intervallen, wie mag controleren, wat in het register komt, welke gassen nog bij onderhoud mogen en welke verplichtingen niet bestaan.

  • Koeltransport
  • Artikel 5, lid 3
  • Certificering
  • Terugwinning
Bijgewerkt 22 september 202612 min leestijd
Open de gids

Lees deze gids in een andere taal