Kort antwoord
De vraag of een installatie nog mag worden bijgevuld heeft drie antwoorden, afhankelijk van het type apparatuur en van het gas.
- Koeling. Artikel 13, lid 3: het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen met een aardopwarmingsvermogen van 2 500 of meer voor het onderhoud of de service van koelingapparatuur met een koelmiddelvulling van 40 ton CO2-equivalent of meer is verboden; vanaf 1 januari 2025 voor alle koelingapparatuur.
- Klimaatregeling en warmtepompen. Lid 4: vanaf 1 januari 2026 zijn de in bijlage I vermelde gassen met een GWP van 2 500 of meer verboden.
- De volgende stap. Lid 5: vanaf 1 januari 2032 zijn bijlage I-gassen met een GWP van 750 of meer verboden voor stationaire koelingapparatuur, met uitzondering van chillers.
Twee gascategorieën ontsnappen, onder strikte voorwaarden: geregenereerd en gerecycled gas. In de leden 3 en 4 heeft de uitzondering een einddatum, 1 januari 2030 en 1 januari 2032. In lid 5 noemt de tekst helemaal geen einddatum.
Geen prijzen, geen beschikbaarheid, geen voorraad en geen levertijden. Ook geen nationale sancties en geen cijfers over gevaarlijke goederen. Niets over stoffen die niet in bijlage I, II of III bij de verordening staan: R-22 bijvoorbeeld staat daar niet, en artikel 13 geldt er niet voor — zie de gids over oude R-22-installaties.
Wat onderhoud of service in de tekst betekent
Artikel 13 heet Regulering van het gebruik, en artikel 3, punt 36, omschrijft het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen als de aanwending ervan bij de productie, het onderhoud of de service, met inbegrip van het bijvullen, van producten en apparatuur, of bij andere in de verordening genoemde activiteiten en processen.
Artikel 3, punt 18, omschrijft onderhoud of service als alle activiteiten, met uitzondering van terugwinning en lekcontroles, waarbij: de circuits of andere onderdelen die gefluoreerde broeikasgassen bevatten of moeten bevatten worden geopend; het systeem van die gassen wordt voorzien; een of meer onderdelen van het circuit of de apparatuur worden verwijderd; twee of meer onderdelen opnieuw worden samengevoegd; alsmede lekken worden gerepareerd of gas wordt toegevoegd.
Daaruit volgen drie punten voor de werkvloer.
- Een lekcontrole is geen service in de zin van die omschrijving. Zij blijft op grond van artikel 5 verplicht, ongeacht het gas; de intervallen staan in de gids over de frequentie van lekcontroles.
- Terugwinning is geen service. Zij blijft bij buitengebruikstelling verplicht op grond van artikel 8, lid 1, hoe hoog het GWP ook is. Het verbod van artikel 13 belet niet dat u gas uit de installatie haalt, maar dat u het er weer in doet.
- Reparatie telt wel mee. Artikel 3, punt 16, omschrijft reparatie als het herstel van beschadigde of lekkende producten of apparatuur die zulke gassen bevatten, waarbij een onderdeel betrokken is dat zulke gassen bevat of moet bevatten. Eindigt de reparatie met een gasvulling, dan geldt artikel 13.
De plicht uit artikel 4, lid 5, om zonder onnodige vertraging te laten repareren blijft onaangetast. Een gebruiksverbod voor een bepaald gas schort de plicht om het lek te stoppen niet op.
Koeling: de drempel van 2 500 en de datum 2025
De eerste alinea van artikel 13, lid 3, bevat in feite twee opeenvolgende regels. De eerste: het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen met een aardopwarmingsvermogen van 2 500 of meer voor het onderhoud of de service van koelingapparatuur met een koelmiddelvulling van 40 ton CO2-equivalent of meer is verboden. De tweede: met ingang van 1 januari 2025 geldt het verbod voor alle koelingapparatuur, zonder vullingsdrempel.
Let op de formulering: hier spreekt de tekst van gefluoreerde broeikasgassen, zonder verwijzing naar bijlage I. De leden 4 en 5 spreken daarentegen van in bijlage I vermelde gefluoreerde broeikasgassen. Dat is een reëel verschil in reikwijdte.
De uitzonderingen in de tweede alinea: militaire apparatuur en apparatuur die bedoeld is voor toepassingen om producten te koelen tot temperaturen onder min 50 graden Celsius.
Het venster in de derde alinea, open tot 1 januari 2030, omvat twee categorieën:
- geregenereerde bijlage I-gassen met een GWP van 2 500 of meer, gebruikt voor het onderhoud of de service van bestaande koelingapparatuur, mits de houders overeenkomstig artikel 12, lid 7, zijn geëtiketteerd;
- gerecyclede bijlage I-gassen met een GWP van 2 500 of meer, gebruikt op bestaande apparatuur, mits zij uit dergelijke apparatuur zijn teruggewonnen; zij mogen alleen worden gebruikt door de onderneming die de terugwinning in het kader van het onderhoud of de service heeft uitgevoerd, of door de onderneming waarvoor die is uitgevoerd.
De vierde alinea haalt koelingapparatuur eruit waarvoor op grond van artikel 11, lid 5, een vrijstelling is toegekend.
Voor een park op R-404A (GWP 3 922 berekend volgens bijlage VI) of R-507A (3 985) mag er geen nieuw gas meer in de installatie. Alternatieven en de overstaproute staan in de gids over R-404A vervangen.
Klimaatregeling en warmtepompen: 1 januari 2026
Artikel 13, lid 4, eerste alinea: met ingang van 1 januari 2026 is het gebruik van in bijlage I vermelde gefluoreerde broeikasgassen met een aardopwarmingsvermogen van 2 500 of meer voor het onderhoud of de service van klimaatregelingsapparatuur en warmtepompen verboden.
De tweede alinea schort het verbod tot 1 januari 2032 op voor dezelfde twee categorieën als in lid 3: geregenereerd bijlage I-gas met een GWP van 2 500 of meer voor bestaande apparatuur, met houders die overeenkomstig artikel 12, lid 7, zijn geëtiketteerd; en gerecycled bijlage I-gas met een GWP van 2 500 of meer, teruggewonnen uit dergelijke apparatuur, alleen bruikbaar door de onderneming die de terugwinning heeft uitgevoerd of door die waarvoor zij is uitgevoerd.
Anders dan lid 3 voorziet dit lid niet in uitzonderingen voor militaire apparatuur of voor toepassingen onder min 50 graden Celsius. De opbouw van beide leden is niet symmetrisch; ga er niet van uit dat een uitzondering uit het ene ook in het andere geldt.
In de praktijk raakt de drempel van 2 500 in een gewoon aircopark noch R-410A (2 088), noch R-407C (1 774), noch R-134a (1 430). Hij raakt wel installaties waarin gassen van het type R-404A of R-507A zijn gebruikt, waaronder sommige proceswarmtepompen.
De gaskeuze voor nieuwe apparatuur staat apart, in de gidsen over R-32 of R-410A en over de verboden voor warmtepompen en split-airco.
De stap van 2032: de drempel van 750
Artikel 13, lid 5, eerste alinea: met ingang van 1 januari 2032 is het gebruik van in bijlage I vermelde gefluoreerde broeikasgassen met een aardopwarmingsvermogen van 750 of meer voor het onderhoud of de service van stationaire koelingapparatuur, met uitzondering van chillers, verboden.
Drie uitzonderingen in de tweede alinea: militaire apparatuur, apparatuur bedoeld voor toepassingen om producten te koelen tot onder min 50 graden Celsius, en apparatuur bedoeld voor toepassingen om kerncentrales te koelen.
De derde alinea herhaalt de uitzondering voor geregenereerd en gerecycled gas met een GWP van 750 of meer, gebruikt op bestaande stationaire koelingapparatuur anders dan chillers, onder dezelfde etiketterings- en herkomstvoorwaarden. Die uitzondering kent in de tekst geen einddatum. Dat is een structureel verschil met de leden 3 en 4, waarvan de vensters in 2030 en 2032 sluiten.
Lid 6 voegt een ventiel toe: na een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde autoriteit beoordeelt de Commissie de beschikbaarheid van geregenereerde en gerecyclede gassen die binnen het toepassingsgebied van de leden 4 en 5 vallen, en wijst de beoordeling op een bevestigd tekort, dan kan zij bij uitvoeringshandeling bij uitzondering een vrijstelling van de verboden van lid 4 of 5 toestaan voor ten hoogste 4 jaar, voor zover nodig om het tekort te verhelpen.
Het gevolg voor de planning: vanaf 2032 mag een stationair koelpark op R-410A, R-407C, R-134a, R-448A, R-449A of R-452A niet meer met nieuw gas van die types worden bijgevuld. Chillers vallen buiten dit lid — zie de gids over chillers.
Geregenereerd en gerecycled gas: de precieze voorwaarden
De twee categorieën zijn geen synoniemen en hun voorwaarden verschillen.
Regeneratie, artikel 3, punt 13: de opwerking van een teruggewonnen gefluoreerd broeikasgas tot de gelijkwaardige prestatie van een nieuwe stof, rekening houdend met het beoogde gebruik, in erkende regeneratie-installaties die over de passende uitrusting en procedures beschikken en die het vereiste kwaliteitsniveau kunnen beoordelen en bevestigen.
Recycling, artikel 3, punt 12: het hergebruik van een teruggewonnen gefluoreerd broeikasgas na een eenvoudig reinigingsproces, met inbegrip van filteren en drogen.
| Voorwaarde | Geregenereerd gas | Gerecycled gas |
|---|---|---|
| Apparatuur | Alleen bestaande apparatuur van de betrokken categorie | Alleen bestaande apparatuur van de betrokken categorie |
| Etiket | Houders geëtiketteerd overeenkomstig artikel 12, lid 7 | De tekst stelt die voorwaarde in dit lid niet |
| Herkomst | Erkende regeneratie-installatie, artikel 3, punt 13 | Teruggewonnen uit dergelijke apparatuur |
| Wie het mag gebruiken | Niet beperkt door dit lid | Alleen de onderneming die de terugwinning uitvoerde of die waarvoor zij is uitgevoerd |
Artikel 12, lid 7, verlangt dat houders met geregenereerde of gerecyclede gassen uit de bijlagen I en II worden geëtiketteerd met de vermelding dat de stof is geregenereerd of gerecycled; bij regeneratie vermeldt het etiket ook het partijnummer en de naam en het adres van de regeneratie-installatie in de Unie.
Twee samenhangende regels maken het beeld compleet. Artikel 8, lid 6: teruggewonnen gassen uit bijlage I en uit bijlage II, afdeling 1, mogen niet worden gebruikt om apparatuur te vullen of bij te vullen tenzij het gas is gerecycled of geregenereerd. En artikel 7, lid 1, d): in het installatieregister wordt vermeld of het toegevoegde gas gerecycled of geregenereerd was, met naam en adres van de installatie en in voorkomend geval het certificaatnummer.
Het volledige onderscheid, met de gevolgen voor de traceerbaarheid, staat in de gids over geregenereerd, gerecycled en nieuw koudemiddel.
Per gas: waar de drempel valt
De onderstaande waarden zijn berekend met de methode van bijlage VI, uit de bindende GWP-kolom van bijlage I en van bijlage II, afdeling 1. Het zijn geen handelswaarden maar het gewogen gemiddelde dat de verordening voorschrijft.
| Koudemiddel | GWP volgens bijlage VI | Drempel 2 500 | Drempel 750 vanaf 2032 |
|---|---|---|---|
| R-507A | 3 985 | Overschreden | Overschreden |
| R-404A | 3 922 | Overschreden | Overschreden |
| R-452A | 2 139 | Eronder | Overschreden |
| R-410A | 2 088 | Eronder | Overschreden |
| R-407C | 1 774 | Eronder | Overschreden |
| R-134a | 1 430 | Eronder | Overschreden |
| R-449A | 1 396 | Eronder | Overschreden |
| R-448A | 1 386 | Eronder | Overschreden |
| R-32 | 675 | Eronder | Eronder |
| R-513A | 629,5 | Eronder | Eronder |
| R-454B | 465 | Eronder | Eronder |
| R-454C | 145,5 | Eronder | Eronder |
Lees de tabel zorgvuldig. De kolom drempel 750 vanaf 2032 betreft alleen stationaire koelingapparatuur anders dan chillers, op grond van artikel 13, lid 5. Voor klimaatregeling en warmtepompen bestaat in de huidige tekst helemaal geen drempel van 750; er is alleen die van 2 500 uit lid 4.
De afzonderlijke profielen van deze gassen staan op de pagina's R-404A, R-507A, R-410A, R-407C, R-134a, R-448A en R-449A, R-452A, R-513A en R-454B.
Checklist vóór het vullen
- Bepaal de categorie van de apparatuurKoeling, klimaatregeling of warmtepomp; stationair of mobiel; chiller of niet. Elke categorie staat in een ander lid van artikel 13.
- Lees het GWP uit de bindende kolomBijlage I voor zuivere stoffen, bijlage VI voor mengsels; gebruik niet de 20-jaarskolom, die alleen informatief is.
- Vergelijk met de drempel van het toepasselijke lid2 500 in de leden 3 en 4, 750 in lid 5 vanaf 1 januari 2032.
- Ga na of het gas nieuw, geregenereerd of gerecycled isArtikel 3, punten 12, 13 en 19; de status blijkt uit het etiket van de houder op grond van artikel 12, lid 7.
- Gebruikt u gerecycled gas, ga dan na wie het mag gebruikenAlleen de onderneming die de terugwinning in het kader van het werk uitvoerde, of de onderneming waarvoor zij is uitgevoerd.
- Controleer of het venster nog open staat1 januari 2030 voor lid 3, 1 januari 2032 voor lid 4; lid 5 noemt geen einddatum.
- Bevestig dat de apparatuur bestaand is en niet nieuwDe uitzonderingen voor geregenereerd en gerecycled gas verwijzen uitdrukkelijk naar bestaande apparatuur.
- Controleer het certificaat vóór aankoopArtikel 11, lid 6, beperkt de aankoop tot gecertificeerde personen of ondernemingen die hen in dienst hebben; artikel 7, lid 3, verlangt registers van de verkoper.
- Vul het installatieregister inArtikel 7, lid 1, b) en d): toegevoegde hoeveelheid, datum, type en status van het gas, met de installatie van herkomst.
Veelgestelde vragen
Mag ik een R-404A-installatie nog bijvullen?
Niet met nieuw gas. R-404A heeft volgens de methode van bijlage VI een GWP van 3 922, boven de drempel van 2 500 uit artikel 13, lid 3, en vanaf 1 januari 2025 geldt het verbod voor alle koelingapparatuur. Tot 1 januari 2030 blijft het venster open voor geregenereerd gas dat overeenkomstig artikel 12, lid 7, is geëtiketteerd en voor gerecycled gas dat uit dergelijke apparatuur is teruggewonnen, onder de voorwaarden van de derde alinea.
Betekent het verbod dat ik de installatie moet stilleggen?
Nee. Artikel 13 regelt het gebruik van het gas, niet de werking van de apparatuur. Een bestaande installatie mag blijven draaien; wat niet meer kan, is bijvullen met een gas boven de drempel. De plichten tot lekcontrole, tot reparatie zonder onnodige vertraging en tot terugwinning blijven ongewijzigd.
Waarom noemt lid 3 bijlage I niet en de leden 4 en 5 wel?
Omdat hun reikwijdte in de tekst verschilt. Lid 3 spreekt van gefluoreerde broeikasgassen zonder verwijzing naar een bijlage, terwijl de leden 4 en 5 verwijzen naar de in bijlage I vermelde gassen. Ga er niet van uit dat de formulering dezelfde is; lees het lid dat op u van toepassing is.
Mag ik gerecycled gas uit de installatie van een andere klant gebruiken?
In de leden 3 en 4 beperkt de tekst het gebruik van gerecycled gas tot de onderneming die de terugwinning in het kader van het onderhoud of de service heeft uitgevoerd, of tot de onderneming waarvoor zij is uitgevoerd. De herkomstvoorwaarde is dat het gas uit apparatuur van dezelfde categorie is teruggewonnen. Geregenereerd gas kent die gebruikersbeperking niet, maar vergt het etiket van artikel 12, lid 7.
Wat als er geen geregenereerd gas te vinden is?
Artikel 13, lid 6, voorziet in een procedure: na een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde autoriteit van een lidstaat beoordeelt de Commissie de beschikbaarheid van geregenereerde en gerecyclede gassen binnen het toepassingsgebied van de leden 4 en 5, en bij een bevestigd tekort kan zij bij uitvoeringshandeling bij uitzondering een vrijstelling van ten hoogste 4 jaar toestaan, voor zover nodig. Het is geen uitzondering die een servicebedrijf zelf kan inroepen.
Valt R-22 onder artikel 13?
R-22 staat niet in bijlage I, II of III bij Verordening (EU) 2024/573, zodat artikel 13 er niet voor geldt. Ozonlaagafbrekende stoffen zijn in andere handelingen van de Unie geregeld. De praktische situatie van de resterende installaties staat in de gids over oude R-22-installaties.
Bevat artikel 13 nog andere verboden?
Ja. Lid 1 verbiedt het gebruik van SF6 bij het spuitgieten van magnesium en bij de recycling van spuitgietlegeringen van magnesium, lid 2 het vullen van autobanden, lid 7 verbiedt vanaf 1 januari 2035 het gebruik van SF6 voor het onderhoud of de service van elektrische schakelinstallaties tenzij het is geregenereerd of gerecycled, met twee technische uitzonderingen, en lid 8 verbiedt vanaf 1 januari 2026 het gebruik van desfluraan als inhalatieanestheticum, behalve wanneer dat om medische redenen strikt noodzakelijk is.
Officiële bronnen
Artikel 13 is volledig gelezen in de tekst van het Publicatieblad, samen met de artikelen 3, 7, 8, 11 en 12, bijlage I afdeling 1 en bijlage VI. De GWP-waarden van de mengsels zijn berekend met de methode van bijlage VI.
Actualiteit van deze pagina en aansprakelijkheid
De drempels, data en uitzonderingen op deze pagina zijn overgenomen uit artikel 13 van Verordening (EU) 2024/573 zoals gepubliceerd in het Publicatieblad. De GWP-waarden van de mengsels zijn berekend met de methode van bijlage VI op de gebruikelijke samenstelling van elk mengsel; controleer het cijfer op het technische gegevensblad en op het etiket van de houder die u werkelijk gebruikt.
Algemene informatie van EgoLog op basis van de verordening en officieel materiaal van de Commissie. Het is geen juridisch advies en vervangt niet het oordeel van een bevoegde autoriteit.
De aankoop van gefluoreerde broeikasgassen uit bijlage I en uit bijlage II, afdeling 1, voor installatie, onderhoud, service of reparatie is op grond van artikel 11, lid 6, voorbehouden aan gecertificeerde personen en aan ondernemingen die hen in dienst hebben. De werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door personeel dat op grond van artikel 10 is gecertificeerd.
